Voorzetsels regeeren - op eenige uitzonderingen na, waar blz. 94, en volgg. op gewezen is, - den akkuzatief, als:
- ‘Wat zeî de slager van haar? - Hij zeî, dat ze voor hem niet geschikt, dat ze voor een vrouw te mager, en hij op zulke schrale spijs niet gesteld was.’
Een kiesch oor wordt gevoelig aangedaan, zoodra van dezen Regel wordt afgeweken, gelijk b.v, in de navolgende verzen eener romance, die wij, voor ons open raam zittende, het ongeluk hadden te hooren opdreunen:
Even gelijk in gesprekken, als de navolgende, tusschen landlieden gevoerd:
‘Van hij naar zij toe is niet meer dan een pijp-rookens.’
uHij ging naar den Pastoor met îkkes en m'n vrouw.
Achter woorden, die maat, gewicht, getal, enz. aanduiden, wordt het voorzetsel van meestal weggelaten, als in: Een pond kersen. - Tien el garen. - Eenige duizenden lieden of van lieden: een menigte volk, volks of van volk: - een troep bandieten of van bandieten.
Sommigen, die dagbladen-Nederduitsch schrijven, passen deze uitzondering ook toe op 't woord soort, en schrijven: ‘een soort kippen, een soort katoen, een soort beleefdheid, een soort inkt’ enz., wat even dwaas is als dat men schreef: ‘een hoedanigheid laken, een natuur wezens, een karakter mensch’ enz.