Op zij, Edelen, gaat op zij! Hier komt de Koopman Carudátta, omhangen met oleandersnoeren en door de beulsknechten ter terechtstelling geleid. Zijn einde nadert allengs, allengs, als van een lamp, die te weinig olie heeft.
Kom, Carudátta, wees goedsmoeds en heb op ons vertrouwen. Wij zijn uitmuntend in ons vak en handig en bedreven in de nieuwste soorten van terechtstellingen. En van onthoofden en radbraken hebben wij bizonder werk gemaakt.
Op zij, Edelen, gaat op zij! Waarom gaapt ge den goeden man hier aan, die wij, dragers van den bijl, des doods zullen doen sterven? Kom, Carudátta, kom.
Zie toch eens, mijn waarde ambtsbroeder, is het niet, of de hemel schreit, zoo stroomen de tranen van het vrouwvolk. De weg is er zoo waar van besproeid en van stof zullen we geen last hebben.
Dit is de plaats der afkondiging. Slaat den trommel en laat ons het vonnis afkondigen. Trommelslag
Er is ruimte gemaakt, de hoofdstraat is vrij. Voer hem den weg naar de rechtplaats!