*Dit is een van de drie Aandachten (meditaties) op 1 Joh. 2: 16: ‘Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleesches, en de begeerlijkheid der oogen en de grootschheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.’ Van Es heeft al gewezen op de fascinerende geladenheid van dit bij uitstek barokke gedicht, ‘kenbaar aan de hevig concrete beeldspraak, aan de woordspelingen en climaxen, aan de verzwarende binnenrijmen, de heftige enjambementen, ook van de ene strophe naar de andere, de omzettingen in de jambische maat en de breking der slotregels in den herhaalden slag van het eindrijm’ (a.w., p. 350).