*Thematische verwantschap met Vondel's Wiltzangk (WB, IX, p. 279) nodigt uit tot een vergelijking. In beide gedichten bezingt het vrolijk vogeltje zijn onbezorgd geluk dat zo schril afsteekt tegen het hebzuchtig gezwoeg van de mens. Hoewel ook Vondel een verbinding legt tussen het Beatus ille-motief van Horatius en de evangelische bezitloosheid van Mattheus 6: 26, culmineert bij hem de geluksstaat van de vogel toch in een eeuwige bruiloft hier op aarde. (cf. W.J.M.A. Asselbergs Staatzucht en bruiloft, in Nijmeegse colleges, Zwolle 1967, p. 198). Het vogeltje van Lodenstein wijst nadrukkelijker naar het hemels heil. De luchtige liedvorm met zijn drievoudige rijmen, zijn verkleinwoorden en retarderende effecten evenaart overigens Vondel's Wiltzangk.