terug  begin  verder

Gods Soon in 't Vleesch*

 
Sie daar! sie daar! daar gaat den Hemel op!1
 
Daar crijgen al de schaduwen de schop!2
 
Siet daar de Waarheyd! daar het gerig oog3
 
Der Vaderen van eeuw tot eeuw na vloog.
 
 
5
Immanu-el, die al van Eeuwicheyd
 
(Eer d'aarden-grond in wat'ren was geleydt /6
 
Den Hemel blonck) sijn lust had in het steyl
 
Van 't Eeuwig / Eeuwig / Eeuwig Godlijck Heyl /7-8
[p. 87]
 
Ligt daar in lompen armlijck opgerolt /
10
Werd als een hulploos menschen-kind gesolt.10
 
Wilt gy / O mensch! / 't geheym verstaan! 'k beding
 
Sluyt d'oogen toe / en siet dan wat ick sing.
 
 
 
Daar is niet sigtbaars / daar 't geloov verschijnt /13
 
Voor so een straal het arm gesigt verdwijnt:
15
Hier ligt de Magt in magt- en hulp-loosheyd /
 
Hier ligt in armoe d' Algenoegsaamheid,
 
 
 
Hier ligt des Hemels Heerlyckheyd veragt
 
Den lugtsten dag in aller nagten nagt;18
 
Wilt gy / O Mensch / 't geheym verstaan! 'k beding
20
Sluyt d'oogen eerst en siet dan wat ick sing.
 
 
 
Wie sag d'onreyckbare Hemel met de aard
 
So konstelijck / so salig oyt gepaart!
 
Het onbegrepen / eeuwig / Eyndloos Yet23
 
Vereenigt met een gras / een bloem! een Niet!
 
 
25
Seg ick / den Schepper wierd ten Schepsel; off25
 
Seg ick / Het schepsel wierd ten Schepper; 't stof
 
Wierd nu sijn eygen maker; d'eygenaar
 
En maker wierd sijn maacksel; beyde is waar.
 
 
 
Seg ick den Geest die sonder eynden leeft
30
Wierd vleesch en sterfelijck; seg ick die beeft
 
Voor 't minst geruysch / en 't slegtste doods-gevaar31
 
Wierd van de dood onraackbaar: beyde is waar.
[p. 88]
 
Die 't alles weet crijgt een bepaald begrip;33
 
Den Mensch verstaat 't oneyndig in een stip:
35
Ick seg / die over al is is nu daar;
 
Den Mensch is overal: En beyde ist waar.
 
 
 
Van alle sonden was Hy Hemel-schoon
 
Die om de schuld verlaat sijn Hemel-throon;
 
Wilt gy / O Mensch! 't geheym verstaan! 'k beding
40
Sluyt d'oogen eerst / en siet dan wat ick sing.
 
 
 
Hier is het eynd van alle Sigtbaarheen;41
 
Hier is 't begin van 't Christen-ongemeen.42
 
En salig hy / die blind is / arm / en doov!
 
Hier is 't begin van 't wonderbaar geloov.
 
 
45
Hier is der sielen vreugd in treuricheyd;
 
Haar lust in 't tomen van begeerlijckheyd;46
 
Haar wil vernoegd in 't loochnen van haar wil;
 
En sy op 't sterckst / als 't hert sig neer set stil.+48
 
 
 
Nu steeck ick willig beyd mijn oogen uyt49
50
En sie maar door 't geloov: En volg 't geluyd
 
Van 't wigt / dat in de cribb my wijser wijst
 
De deugd in 't doen, dan diese in woorden prijst.51-5252
[p. 89]
 
O deugd! o Hemel-deugd! Verloochening!
 
Wat rees uw glansch ter steylte sonderling!54
55
Als Godes Soon, om Adams doembaar saat
 
Verloochent 's Hemels Heerlijckheyd en staat.
 
 
 
Dat levend voorbeeld sal ons al het schoon /
 
Des werelds Rijckdom; Heerlijckheyd / en throon;
 
Des Vleesches lusten; eygen wille; en all
60
Verloochnen doen / dien Leeraar ten geval.60

Wintermaand 1661.

*De emfatische nadrukkelijkheid, de suggestie van een weids perspektief (‘daar gaat den Hemel op!’), het spelen met allerlei tegenstellingen en vooral de dramatisering van een als aktueel voorgesteld gebeuren (‘Sie daar!’, ‘Hier ligt’) zijn karakteristiek voor wat als barokstijl is aangeduid.
1op: open.
2crijgen de schop: worden verdreven.
3gerig: begerig.
6Cf. Gen. 1: 9-10.
7-8sijn lust ... Heyl: ‘de zaligheid deelachtig was in de hoogste regionen van het eeuwig goddelijk Heil’ (Heeroma).
10Werd: wordt.
gesolt: her en der gebracht (van ww. sollen, dat de machteloosheid van het objekt uitdrukt, alsook het pijnlijk karakter van de behandeling die het zich moet laten welgevallen).
13niet: niets.
(tweede) daar: waar.
18aller nagten nagt: de donkerste nacht (Hebreeuwse superlatief).
23onbegrepen: oneindige.
Yet: Iets.
25ten: tot.
31slegtste: geringste.
33bepaald: beperkt.
41is: ligt.
42't Christen-ongemeen: het bijzondere van Christus' leer.
46tomen: beteugelen.
+Jes. 30: 7.
48Jes. 30: 7: ‘Want Egypte zal ijdellijk en tevergeefs helpen; daarom heb ik hierover geroepen: Stilzitten zal hunne sterkte zijn.’ Zie ook de aantekening bij Den nedrigen Christen, vs. 27.
49Cf. Matth. 18: 9: ‘En indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u.’
51-52dat in de cribb ... prijst: Heeroma parafraseert: ‘dat mij laat zien dat het wijzer is de deugd te doen dan de deugd in woorden te prijzen. M.i. slaat doen op het kind in de kribbe zelf, dat daadwerkelijk de deugd leerde.
52deugd: Het deugd-begrip van Lodenstein doet geen afbreuk aan de genade in Christus, want die deugd wordt onmiddellijk met Christus in verband gebracht, zoals bijv. ook bij Jeremias de Decker het geval is; cf. hetgeen W.J.C. Buitendijk opmerkt op p. 48-49 van zijn editie van Goede Vrydag, Zwolle 1958.
54ter steylte: naar boven.
sonderling: in het bijzonder.
60dien Leeraar ten geval: terwille van die Leraar.

terug  begin  verder