terug  begin  verder

Jesus getrouwe liefde voor de wereldt verkoren*

 
Het vinnig stralen van de Son /
 
Ontschuyl ick in dees' lom-mer:
 
Oh! of dit bosje klappen con /3
 
Wat melden 't al een com-mer?4
 
 
5
't Becommert hert hier treuren gaat
 
Als 't sig / helas! bedrogen
 
De wereld daar het hert opstaat /7
 
En sijn beloft vindt logen.8
[p. 90]
 
Alleen mijn Herder altijt stuyrt /9
10
Na d'oude liefd sijn sinnen:
 
Of 't weygren lang hertneckig duyrd' /
 
Stantvastig duyrt sijn minnen.
 
 
 
Dies treckt mijn hertje u so seer /13
 
So seer / en ick sal 't wagen:
15
Want die my hare min bien meer15
 
Haar minnen sijn maar vlagen.16
 
 
 
Maar vlagen die thans overgaan /17
 
En met een schicht vervallen.18
 
Ick sie alleen mijn Herder aan
20
Stantvastig onder allen.
 
 
 
Maar of 't u miste blinde maagt /21
 
Al vast verliest g'uw lusten.22
 
'T is seker die geen lust gewaagt /
 
En vind nog heyl nog rusten.
 
 
25
Dus mijm'rend treck ick na mijn Son25
 
En wagt hem in dees' lommer.
 
Oh! of dit bosje clappen con
 
Wat meldent al een commer!

1 Maymaant 1659

*Lodenstein's gedicht is een imitatio van de herderszang van Dorilea, waarmee Hooft zijn Granida opent. Metrum, strofebouw en rijmschema zijn identiek. Ook woordkeus en beeldgebruik stemmen vaak overeen. Het kontrafakt transponeert uiteraard de aardse min in geestelijke zin.
3of: indien.
klappen: verklappen.
4melden: zou melden.
7staan op: gesteld zijn op; cf. WNT XV, 78.
8vindt: bevindt.
logen: leugen.
9mijn Herder: Jezus, de Goede Herder (Joh. 10: 11, 14).
13Dies: daarom.
15hare: mannelijk meervoud. Versta: want die mij nog meer hun liefde aanbieden...
16Haar minnen: hun liefdesbetuigingen.
17thans: spoedig.
18schicht: pijl.
vervallen: krachteloos worden.
21of 't u miste: indien gij u eens vergiste?
blinde: verblinde.
22Al vast: vast en zeker.
25Dus: aldus.
na: naar.
mijn Son: petrarquistisch beeld voor de geliefde.

terug  begin  verder