Sijn laatste comst geev / dat het heel volmaackt31
Ontwaackt.
Amen.
*Dit gedicht illustreert een opvallende trek van de piëtistische religiositeit, namelijk haar neiging om alle kleine voorvallen uit het dagelijks leven door godvruchtige meditatie te begeleiden. Zelfs het nietigste gebeuren levert ‘dankensstof’ en nodigt uit tot geestelijke toepassing. Talrijke voorbeelden bij Willem Sluiter, Theodoor à Brakel, David Montanus en geestverwanten.
1Gaat segt: De eerste geb. wijs betekent: welaan! en is slechts een korte, levendige aansporing; de tweede maakt het eigenlijke bevel uit (WNT IV, 39). vs. 1-2 houden een uitdaging in: Zeg het ooit nóg eens dat hij die de hemel dient, de hemel in zijn zorg niet een vriend bevindt te zijn... etc.
5een trouw getuyge: cf. o.a. Hand. 26: 16: ‘om u te stellen tot een ... getuige der dingen’ in navolging van Christus die in Openb. 1: 5 ‘de getrouwe getuige’ wordt genoemd. poock: dolk.
10Kakelers: eigenlijk: kakelaarster; betekent: een hoen. beschickt: gezonden.
17Het zeventiende-eeuws plaatst na een uitroep in de vorm van een retorische vraag een vraagteken; cf. Weijnen, p. 17. dat schepsel: versta: dat ei, zoals blijkt uit het vervolg.
18Christi-leden-liefd': de liefde die de leden van Christus' gemeente kenmerkt.
23van: tegen. flauwten: zwakheid. hoe'n: beschermen. Het is niet ondenkbaar dat Lodenstein, verzot op allegoriseren als hij is, het ww. hoe'n gebruikt om een woordenspel met hoen = kip mogelijk te maken.