Want al sijn woorden sijn haar maar geluyd / Want etc.
En al sijn brieven sonder Naam daar onder /
En niet een segel druckt sijn liefden uyt.
[p. 102]
't Onsigtbaar dat sy eens verstond / te missen
45
Dunckt u dat niet ondragelijcke pijn? Dunckt etc.
Dat Hy sig maar verbergt is quaad te gissen /
Maar weg te sijn / dunckt haar is weg-te-sijn.
18. Wintermaant 1659.
*Met onthullende vrijmoedigheid vergelijkt Lodenstein hier zijn smart om de afwezigheid van een ons niet bij name bekende vriend (Justus van den Bogaert?) met de treurigheid van de dochter Zions over het gemis van haar goddelijke Bruidegom. Vriendschap, liefde en godsdienst zijn nog niet met elkaar versmolten als in de pre-romantiek, maar ze liggen al wel in elkaars verlengde.
8taalmans: tolken. Het woord komt voor in de Staten-bijbel Gen. 42: 23.
10Cf. Jes. 49: 14: ‘Doch Zion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten.’ De relatie van God tot Zijn volk (Sion) wordt als een liefdesverhouding van bruidegom tot bruid beschreven in termen, ontleend aan het Hooglied.
15Geen eenmaal: niet eenmaal (litotes; versta: herhaaldelijk). Cf. WNT III, 3843: eenmaal, verbonden met een ontkenning = niet eens; ‘wellicht germanisme’.
17bergen: verbergen; cf. Ps. 10: 11: ‘Hij heeft Zijn Aangezicht verborgen.’ treden: schreden.
20cramerij: ‘poppenkast’, eigenlijk: handel, met de bijgedachte vaak van oneerlijkheid. In de Staten-vertaling eenmaal gebruikt, Jer. 10: 17.