terug  begin  verder

[p. 100]

Af-syns smerte.
Op gelegentheyd van 't scheyden eens Vriends.*

 
Myn Vriend of gy gescheyden, Duysend mijlen
 
Sijt / of een mijl twe drie / verschilt my niet:
 
Sijt / of een etc.
 
Als ick verlangend van u onderwijlen
5
Nog letter-taal / nog teecken en geniet.
 
 
 
Af-sijn is Af-sijn merck ick wel / de smerte
 
Ligt in het Af- niet in het Verre-sijn: Ligt in etc.
 
En 't missen van de taalmans van uw herte8
 
Is / of gy digt- of verr-sijt / eene pijn.
 
 
10
Nu merck ick eerst den grond van Syons wenen /10
 
En waar het hapert / als die lieve Maagt
 
En waar het etc.
 
(Gaat maar haar' Bruidegom een step-verr heenen)
 
Haars liefs vertreck so smert-gevoelig draagt:
 
 
15
Geen eenmaal heeft Hy haar met diere eeden15
 
Gesworen by d'onwanckelbare trouw / Gesworen etc.
 
Hy soud sijn aansigt bergen / maar sijn treden17
 
Hy van haer noyt te verr doen wijcken sou.
[p. 101]
 
Als sy dan hert- en sorge-loos gaat dwalen /
20
En sig vergaapt aan 's werelts cramery / En sig etc.20
 
Laat hy de stralen van sijn ooge dalen
 
(Dat sy Hem mist) maar blijft haar echter by.
 
 
 
Daar smelt dan 't hert in tranen / als die ster-gaat
 
En duyckt bene'en de kim; sy roept Staat! Staat!
25
En duyckt beneen de kim etc.
 
Mijn lief wat baat'et of gy niet te verr-gaat
 
Als ick u niet en sie mijn troost vergaat:
 
 
 
De Teeckens van uw toegenegen herte
 
Verbergen sig / ick sie u aansigt niet: Verbergen etc.
30
Gy spreeckt niet tot mijn Siel / en / (O wat smerte!)
 
Gy steurt de pijlen weder dien ick schiet.31
 
 
 
Uw posten die voor dees my condschap bragten32
 
Van u standvastich hert my toegedaan / Van u etc.
 
(De mijnen laas! verflauwen en versmachten)
35
En comen niet / of comen onbelaan.
 
 
 
Geen brieven van uw hand! geen segel-teecken!
 
Geen naam daar in / en op mijn hert gedrukt! Geen etc.37
 
Geen Duysend ons gewone liefde-treecken!38
 
Helas! mijn lief is van my weg-geruckt!
 
 
40
Dus claagt de Dogter Zyons / en ist wonder?
 
Want al sijn woorden sijn haar maar geluyd / Want etc.
 
En al sijn brieven sonder Naam daar onder /
 
En niet een segel druckt sijn liefden uyt.
[p. 102]
 
't Onsigtbaar dat sy eens verstond / te missen
45
Dunckt u dat niet ondragelijcke pijn? Dunckt etc.
 
Dat Hy sig maar verbergt is quaad te gissen /
 
Maar weg te sijn / dunckt haar is weg-te-sijn.

18. Wintermaant 1659.

*Met onthullende vrijmoedigheid vergelijkt Lodenstein hier zijn smart om de afwezigheid van een ons niet bij name bekende vriend (Justus van den Bogaert?) met de treurigheid van de dochter Zions over het gemis van haar goddelijke Bruidegom. Vriendschap, liefde en godsdienst zijn nog niet met elkaar versmolten als in de pre-romantiek, maar ze liggen al wel in elkaars verlengde.
8taalmans: tolken. Het woord komt voor in de Staten-bijbel Gen. 42: 23.
10Cf. Jes. 49: 14: ‘Doch Zion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten.’ De relatie van God tot Zijn volk (Sion) wordt als een liefdesverhouding van bruidegom tot bruid beschreven in termen, ontleend aan het Hooglied.
15Geen eenmaal: niet eenmaal (litotes; versta: herhaaldelijk). Cf. WNT III, 3843:
eenmaal, verbonden met een ontkenning = niet eens; ‘wellicht germanisme’.
17bergen: verbergen; cf. Ps. 10: 11: ‘Hij heeft Zijn Aangezicht verborgen.’
treden: schreden.
20cramerij: ‘poppenkast’, eigenlijk: handel, met de bijgedachte vaak van oneerlijkheid. In de Staten-vertaling eenmaal gebruikt, Jer. 10: 17.
31de pijlen: de liefdespijlen.
32posten: boden.
condschap: bericht.
37Cf. Hoogl. 8: 6: ‘Zet mij als een zegel op Uw hart.’
38liefde-treecken: uitingen van liefde.

terug  begin  verder