*Het oudste ons bekende gedicht van Lodenstein, geschreven in de tijd toen hij nog predikant te Sluis was. Van Es is de eerste geweest die met waardering gesproken heeft over deze dichterlijke reisbeschrijving in de vorm van een reeks realistisch getekende tafereeltjes. Het emblematisch karakter, waarbij elk beeld uit de werkelijkheid een allegorisch-didactische toepassing krijgt, werd door hem in verband gebracht met Cats: ‘de titel maar ook de opzet en de vers- en taalvorm verraden (diens) invloed’. Trimp van zijn kant meende in de populaire toon en strofevorm van een gedicht als dit de invloed van Huygens' Scheepspraet en Voorhout te bespeuren (a.w. p. 126). De Invallen tonen ons een onverwacht aspect van Lodenstein: zijn droge, ingehouden humor.
4het Schaar: diepe geul in een vaarwater. Toponymisch komt schaar vooral in Zeeland voor; cf. M. Schönfeld, Nederlandse waternamen, Amsterdam 1955, p. 217.
12Ps. 77: 11: ‘Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert’. zijn keer nemen betekent: 1) ondergaan (van een ster e.d.) beginnen te dalen; 2) zich begeven naar (cf. WNT VII, 1960). Hier lijkt i.v.m. de genoemde bijbeltekst de explicatie: ‘alles gaat ten onder’ niet juist. Beter is: het verandert allemaal.
34ontgaan: ontvallen. Versta: als het kostbare water van de Geest des Heren (aan de ziel) ontvalt.
43-44Water moet het water trecken / Wind de wind: de uitdrukking staat niet in W. à Winschootens Seeman, Leiden 1681. Trecken betekent hier ‘aanzuigen’; cf. WNT XVII 2462.
47om hoog leggen: vastzitten (van een schip); cf. het opschrift van de volgende passage: Dewijl wy om hoog saten. De bedoeling is dus: zo'n man en dan met zijn schip vast komen te liggen!
48Staan vast: zijn zeker, betrouwbaar. teeckens: navigatietekens, met name sterrenbeelden.
49Off: leidt hier een bijw. bijzin van toegeving in; te vertalen met: al (zagen wij...). Zie C. Schmidt, De concessieve voegwoordelijke bijzin in het Nederlands van de middeleeuwen en de zeventiende eeuw, diss. Groningen 1958, p. 178.
50Broer: populaire aanspreekvorm; als zodanig thans nog gebruikt.
111-115Vrienden laat ons dat (het voorafgaande) aansporen om onze haften - die er zich zo van bewust zijn dat zij het eeuwig ronddolen (in de hel) verdienen - van dat gejammer te vrijwaren.
139dicker: geen comparatief! Na het vragend voornaamwoord wat krijgt het begeleidend adjektief de uitgang van de tweede naamval meervoud; cf. Trimp p. 142-143.
151-152En als gij hemelwaarts wil snellen, dat dan de hemel zich voor u bedekt.