terug  begin  verder

[p. 121]

Op de onversettelijcke Catharren-pijn na vele gebruyckte genees-middelen.*

 
Dat's nu gedaan! nu wil ick voorts gaan heen
 
Geduldig in Gods saal'ge wegen treen
 
En sien wat uytcomst Hy die eeuwig leeft3
 
My geeft:
 
 
5
'k Wil cloeck sijn om niet tegenstaans mijn pijn5
 
Volveerdig in mijn pligtig werck te sijn /6
 
Doe 'k niet mijn wil / ick wil doen dat ick dan
 
Nog can.
 
 
 
Sijt Gy o Heer! met stuckwijs werck gedient9
10
En gy / mijn Schaar, verschoont gy daar uw vriend10
 
Voor my / 't Is weynig Lijdsaam in de pijn /11
 
Te sijn.

22. July 1652.

*Lodenstein werd heel zijn leven geplaagd door een zwakke gezondheid. Zijn rigoreus ascetisme zal ook voor de genezing van de catarre of zinking (ontsteking van de slijmvliezen) weinig bevorderlijk zijn geweest.
3Het hebreeuwse Jahweh betekent: Hij die is, de Eeuwige. Dan. 4: 34 spreekt van ‘den Eeuwig-levende’.
5cloeck: flink.
6Volveerdig: alert.
pligtig: hetgeen de plicht vordert.
9stuckwijs: onvolkomen.
10mijn Schaar: mijn gemeente.
11't Is weynig: het betekent weinig.

terug  begin  verder