terug  begin  verder

[p. 136]

't Heylige Sacrament ont-heyligd*

 
Des Heren Dood werd statig overdagt1
 
In 't Heylig maal / en der Discip'len schaar
 
Toont met haar cleed vol ydelheyd en pragt
 
Dat werld en duyvel in haar leven. waar
5
Sijn onder dees' genoden5
 
De regt-geroepen dooden?6
 
Men denckt om 't hayr met bloed en sweet geclitt':7
 
En laat den lock in pragt den kouden borst /
 
Die liefdeloos bevriest / verwermen. Bid
10
Vry op sijn Tollenaars / 't hayr met een korst10
 
Sal 't sondig hert betrecken /11
 
En voor u slagen decken.
 
Men denckt om band en touw die arm en hand
 
Geknevelt hadden: en het pragtig hert14
15
Kan nog in weeld haar arm in doeck en kant
 
Onroerlijck kneev'len. Is dat niet die smert16
 
(O Goddelose rotten)17
 
Als magteloos bespotten?
[p. 137]
 
Men denckt aan 't lichaam naackt aan 't cruys gehegt:
20
En siet die onbeschaamde dert'le daar
 
Ontbloot haar arm ter elleboog / en segt /
 
De naacktheyd van den Heyland smertet haar.
 
Lust u dat te geloven?
 
My segt gy 't aan een dooven.
25
Die locken vrienden / troet'len u den borst
 
Die gy met vuysten slaan moest: en het oor
 
Verstoppen sy u deerlijck: met een korst27
 
Bedecken sy uw hert, en maackens' voor
 
Gods woorden onbekoorlijck /29
30
Gods schigten ondoorboorlijck.30
 
Het harnas en de boeyen, die uw arm
 
Gekluystert houden (Dwaas! en merckt gy 't niet?)
 
Bedwingen uwe hand / dat gy oh arm!
 
Des Heren brood niet nemen cunt; en siet
35
Sy roepen u / so weere'35
 
Wy 't Salig Brood den Heere.
 
Die naackten arm toont my uw naackte siel,
 
Die sonder bruylofs-kleed ter bruyloft dringt /38
 
En sonder schaamt in schande en sonden viel /
40
En sonder voorspraack miserere singt /40
 
En des / sal naackt de vlagen41
 
Van 's Heren toorne dragen.
[p. 138]
 
§ Beyd wat! dien tuyt mogt wel eer lang met bloed43
 
Geclitt' / ten deerlijck schouspel strecken; wan44
45
Den crijger die in handen krijgt / en doet
 
Het lichaam volgen: of den Hemel dan
 
U leerden in uw sterven
 
Het Lot van Abs'lom erven?48
 
Ey! staack die knevelende boeyen; tot
50
Het rauw geslagt met veel bequamer tuyg50
 
Uw' arm en schouders prang en tot haar spot51
 
Uw lijff in dien form / dien gy nu wilt / buyg.
 
Off wilt gy met u cleeren
 
Dat pronken nu al leeren?
55
Ick dugt / de Heer ontbloot sijn arm al vast /55
 
En naacktheyt mogt wel haast ons lot sijn: 't hert
 
En bloot en blood staan / als den rauwen gast57
 
Uw schaamte sien en sal bespotten. tart
 
Hem niet die dreygt uw schoot / en
60
Wat schaamt bedeckt / t'ontblooten.

612. Wijn-maant 1659.61

[p. 139]

62§ Dit en 't volgende heeft de Heere Godt doen comen, als Sijne H. Majesteyt dat nare62 63 Schouw-toneel van branden, Moord, en Vronwen-cragt in 't midden van 't land, ende de63 64 dorpen van Bodegraven en Swadenburgerdam gestelt heeft, op dat het van 't gantsche Land 65 gesien, gehoort, en met deernis bejammerd soude werden: Die H. Goedheyd of Verdraag-66saamheid sig nog vernoegende met een staaltje van Gestrengheyd in 't midden en tot waar-6667schouwing van allen, ende leerende wat 't H. Regt d'onbekeerlijcken dreygt, so het de H.67 68 Wijsheyd niet en behaagt de selve door voorspoed te laten verloren gaan.

*Hoewel de Heidelbergsche Catechismus (81 A) met betrekking tot het gebruik van het Avondmaal uitdrukkelijk leerde: ‘de hypocrieten die zich niet met waren harte tot God bekeeren, die eten en drinken zichzelven een oordeel’, werd door velen hiermee de hand gelicht. In Lodenstein's ogen was dat een gruwel: ‘'t is of een emmer met koud water over mijn hert gegoten wierd, als ik denke om het Avondmaal uyt te deelen; 't en ware, de Kerk eerst gesuyverd wierd in Zeden, gelijkse is in de Leere’ (gecit. Proost, p. 171). Zijn groeiende weerzin tegen deze heiligschennis leidde tenslotte omstreeks 1673 tot een weigering om het sacrament nog langer te bedienen.
1statig: ernstig, plechtig (hier: naar het uiterlijk alleen).
5genoden: genodigden.
6regt: werkelijk.
Met dooden zijn bedoeld zij die door de zonde geestelijk dood zijn voor God (cf. Paulus' brief aan de Romeinen).
7geclitt: volt. deelw. van ww. klitten dat zelf weer een afleiding is van znw. klit = samenklevende, verwarde massa.
10Vry: gerust (ironisch).
11betrecken: overdekken; cf. een betrokken lucht.
14pragtig: verwaten, trots.
16Onroerlijck: onbeweeglijk.
17rotten: gebroed, cf. WNT XIII, 1421.
27deerlijck: op jammerlijke wijze.
29onbekoorlijck: onontvankelijk.
30schigten: pijlen.
35weere': weren, wijzen af.
38dringt: durft gaan. Zinspeling op de gelijkenis in Matth. 22: 11-12.
40voorspraack: advokaat.
miserere: Ontferm u (aanhef Ps. 50). Vs. 40 betekent dus: die zonder pleitbezorger om genade bidt.
41des: daarom.
43Beyd: wacht.
tuyt: haarvlecht (onderwerp).
mogt: zou (wel eens) kunnen.
eer lang: weldra.
44ten...strecken: tot een jammerlijk schouwspel dienen. Paulus drukt zich 1 Kor. 4: 9 overeenkomstig uit: ‘Want ik acht, dat God ons, die de laatste Apostelen zijn, ten toon heeft gesteld als tot den dood verwezen; want wij zijn een schouwspel geworden der wereld, en den engelen en den menschen’. Maar hij doelt natuurlijk op die martelaren welke om den gelove in de romeinse amfitheaters het leven lieten.
wan: wanneer.
48Davids opstandige zoon Absolom bleef, toen hij wilde vluchten, met zijn haren aan een eik hangen, waarna hij door Joab, Davids veldheer, werd doorstoken; zie 2 Sam. 18.
50Het rauw geslagt: versta: het krijgsvolk.
tuyg: werktuig.
51prang: boeit, gevangen zet.
55Cf. Jes. 52: 10: ‘De Heere heeft Zijnen heiligen arm ontbloot voor de oogen aller heidenen’.
57blood: verlegen, beschaamd.
61Wijn-maant: oktober.
62nare: droevige.
63Vrouwen-cragt: verkrachting.
66sig vernoegende: zich tevreden stellend.
67Voor Lodenstein is zelfs het feit dat deze gruwelen zich in het midden van het land voordoen symbolisch.

terug  begin  verder