*Het bekendste gedicht van Lodenstein, dat echter dikwijls aanleiding gegeven heeft tot de misvatting als zou deze dichter het wezenlijke onderscheid tussen schepsel en Schepper uit het oog verloren hebben. De uit vier trocheeën bestaande verzen worden door een cesuur in twee membra verdeeld die dikwijls ook door het binnenrijm met elkaar corresponderen. Een telkens twee versparen verbindend enjambement geeft het zo lyrische gedicht toch een hechte syntactische structuur.
5eensaam: eenzaamheid. G. Brom (Perk en Lodenstein) meende nog een verre echo van deze regel te horen in het slot van Perk's Iris (Verz. Ged., ed. G. Stuiveling, Amsterdam 1958, p. 165):
Mij is gemeenzaam, wie even eenzaam
Het leven verlangende slijt
En die in tranen zijn Vreugde zag tanen...
Doch liefelijk lacht, als hij lijdt!
Van een ritmische overeenkomst, als Brom beweert, is echter geen sprake.
59Versta: waar geen vriendenpolitiek mogelijk is. Men merke het grote verschil tussen vergelijkbare hemelfantasieën bij preromantici als Feith, Van Alphen en Bellamy, voor wie de hemel juist de ontmoetingsplaats van vroegere aardse relaties blijkt.