*De vier-trocheïsche liedstrofe vertoont een rijke melodische variatie als gevolg van de syntactische geleding die het vers plotseling versnelt of vertraagt (cf. bijv. vs. 8-9).
7vv. Heeroma verwijst voor deze passage naar het scheppingsverhaal in Gen. 1; voor vs. 7 denke men echter ook aan Ps. 104: 8: ‘De bergen rezen op; de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrondt hadt.’
13verkoren: uitverkoren (tot de hemelse zaligheid; cf. o.a. Efez. 1: 4: ‘Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem’). Lodenstein doelt hier op het gereformeerde leerstuk der Providentie, Gods van eeuwigheid af vastgelegde raadsbesluiten, speciaal met betrekking tot 's mensen verkiezing of verwerping. De grote kerkvergadering van de Gereformeerde Kerk, te Dordrecht in 1618-1619 gehouden, hield zich o.a. uitvoerig met deze kwestie bezig.