Uyt-spanningen


auteur: Jodocus van Lodenstein


bron: Jodocus van Lodenstein, Bloemlezing uit de bundel Uyt-spanningen (ed. P.J. Buijnsters). W.J. Thieme & Cie, Zutphen z.j. [1971]  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

J. van Lodensteyns swanen-gesangh,
Of het laatste by hem in sijn sieckte, korts voor zijn salig af-sterven gemaackt, en Zions kinderen na-gelaten.*

 
Aanbiddelijcke ontsagg'lijckheyt /
 
Wy buygen voor uw Majesteyt2
 
Ons knyen en ons harten:
 
En met en voor uw dienaar / dien4
5
Ons' oogen nu onwercksaam sien /5
 
En klagen uw ons smarten /
 
Laat uw Oog nu
 
Op ons dalen / en komt halen
 
Onse suchten, /
10
Tot den throon van uw genuchten.10
[p. 154]
 
O! wonder Goddelijck beleyd!
 
Geen hitte sig door 't bloet verspreyt /
 
Geen koorts quelt hart of leden;13
 
Geen groote pijn en pijnigt hem /14
15
Geen schorrigheyt belet sijn stem /
 
Geen damp verwart de reden /
 
Gy maar segt / daar17
 
Legt u neder / tot ick weder
 
U gebruycken
20
Wil / dan sult gy weer ontluycken.20
 
 
 
'T is waar / uw dienaar na uw raadt21
 
Moet stil sijn / en der boosen saadt22
 
Sijn waarschouw niet kan hooren;23
 
Maar soo een stilt geeft stercker stem
25
Van uw tot ons / als wy van hem
 
Oyt hoorden van te vooren /
 
Dat wy / Nu gy27
 
Spreeckt / dog hooren / en gy d'ooren
 
Eens woud wecken;
30
Wis / gy soud ons hart dan trecken.30
[p. 155]
 
Eerst sincken wy van schaamte weg /
 
Dat wy in ons een overleg
 
Van uwe daden maken;32-33
 
Des Souvereynen Scheppers wil
35
Segt maar / werckt nu / en staat nu stil /
 
En, niemant kan het laken;
 
Uw eer / niet meer
 
Van het spreken // Door sal breken38
 
Dan van swijgen /
40
Uw loff sult gy al om krijgen.
 
 
 
Uw stemme roept ten Hemel uyt /41
 
Swijgt Lodensteyn; want uw geluyd
 
Van woord heeft maar gekloncken;
 
Wat Dood' is uyt sijn dood gestaan?44
45
Wat wereltling te rug gegaan?45
 
Wat slapend' uyt sijn roncken?
 
Al 't licht / 'T gesicht
 
Van mijn wesen / al mijn vresen
 
Is geweken;
50
Waar toe dan uw nood-loos spreken?
 
 
 
'T is soo gy zegt! O Heyligheyt!
 
Siet dan eens op uw Christenheyt:
 
Met recht meed'lijdig' oogen:53
 
Dat sig in 's waarheyts schoonen glantsch!
55
Door eygen lust vervoert vindt / gantsch
 
Verbijstert en bedrogen.
 
O son! O bron!
 
Van de waarheydt / doet uw klaarheydt
 
Ons beschijnen:
60
En vry alle licht verdwijnen.
[p. 156]
 
Het Arm verbijstert Christendom /
 
Dient Godt / en weet selfs niet waarom /
 
Als om haar eygen voordeel:
 
Het soeckt den Heylant / maar en vindt
65
Hem niet / om dat het niet bemindt /
 
Dan vryheydt in het oordeel:66
 
Daar 't lam / Meest quam
 
Om de wonden van de sonden
 
In sijn wesen /
70
Door verloog'ning te genesen.70
 
 
 
't Versaken is haar bitterheydt /
 
Sy droomen van een Saligheydt
 
Door Jesum haar verkregen:
 
Maar uw te lieven // dat gewis74
75
In boet en Kruys haar Hemel is /
 
Des sijn sy niet genegen:76
 
Off schoon / uw soon
 
Heylig Heere In sijn leere
 
'T sijn volck aanprees /
80
En volmaackt in voorbeeldt aanwees.
 
 
 
Dat 's menschen heyl is / eygen wil
 
En lust en sin te houden stil;
 
En all' beweging effen;83
 
Dat eygen heyl in eygen haat /
85
En in eens anders min bestaat!
[p. 157]
 
Kan niemandt nu beseffen.
 
Daar woelt / daar doelt87
 
Ider na den drift hem raadt / en88
 
Even inden89
90
Gods-dienst / meendt hy sig te vinden.
 
 
 
Daar hy sig selfs verliesen moet
 
En al sijn heyl / sijn hoogste goet
 
Moet vinden in 't verliesen:
 
'T verliesen van sig selfs / in Godt /
95
Dat is ons deel ons hoogste lot /
 
Van ons op 't hoogst te kiesen.96
 
Dat steyl Is 't heyl97
 
Dat gekomen voor de vroomen
 
Is beneden /
100
En Gods kind'ren stelt in vreden.
 
 
 
Soo langen tijd heb ick geleeft /
 
Geswoegt / geploegt / gedraaft / gevlogen /
 
Om yet te sijn; en siet nu heeft103
 
Dat yet en sig / en my bedrogen.
 
 
105
Soo my den Hemel langer tijdt
 
Gunt / om my tot sijn dienst te gorden /
 
My dunckt ick wil met grooter vlijt
 
Dat ick geworden ben / ontworden.
 
 
 
Soud' 't groote maacksel / in mijn siel
110
Ter eeren van den Maker / opgaan /
 
'T is billick dat daar gantsch verviel111
 
All's dat ick self daar hadd' doen opstaan.