terug  begin  verderprepost
[p. 6]



illustratie

[p. 7]

1. Jan en zijn oom

Oom Jan is de lievelingsoom van Jan. En dat komt niet alleen doordat deze oom net zo heet als zijn twaalfjarige neef, maar vooral doordat dit een oom is waar je wat aan hèbt! Want oom Jan is vrijgezel en omdat het in zijn kosthuis wèl ‘vrijgezellig’ is, zoals hij dat noemt, maar níet èrg gezellig, zit hij vaak bij Jans ouders een kopje koffie te drinken. En dat is voor Jan altijd een klein feestje. Want oom Jan doet méér dan kopjes koffie drinken: hij weet altijd een nieuw spelletje, hij is voor ‘de kleintjes’, zoals Jan zijn twee zusjes minachtend noemt, een sterk en vurig rijpaard, en hij leert Jan in een oogwenk, hoe je de moeilijkste sommen het eenvoudigst kunt oplossen.

Is er een belangrijke, spannende voetbalwedstrijd? Jan en oom Jan zitten samen op de jongenstribune.

Is Vader binnenkort jarig? Grote Jan en kleine Jan maken samen uit wat er gekocht zal worden.

‘Voetballen? Een gek spel,’ zegt Moeder. ‘Eerst lopen ze zo hard mogelijk om de bal te pakken te krijgen, en als ze 'm hebben, schoppen ze 'm weer zo ver mogelijk weg!’

Dan kijken de twee Jannen elkaar eens aan en grote Jan zegt zachtjes: ‘Als jij ergens ter wereld een moeder kunt vinden die verstand van voetballen heeft, krijg je een dubbeltje van me!’

‘Jan, je verwent die jongen!’ bast Vader wel eens.

‘Verwen ik jou, Jan?’ vraagt oom Jan dan aan neef Jan.

‘Helemaal niet, Oom!’

En zo zijn de twee heren het altijd eens.

Die arme moeder moest eens weten, dat het binnenkort nog veel erger zou worden. Het begon vlak voor Moeders verjaardag, om precies te zijn: één dag ervoor.

Oom Jan belde, Moeder deed open en in plaats van direct naar de kamer door te benen zoals anders, bleef Oom Jan met een ietwat verlegen lachje op de stoep staan.

‘Kom toch binnen!’ riep Moeder. ‘Maar je weet toch wel, dat ik mòrgen pas jarig ben?’

‘Ja, dat weet ik wel, maar... zie je... ik moetje iets onplezierigs vertellen.’

[p. 8]

‘Toch geen akelige dingen?’ vraagt Moeder geschrokken.

‘O, nee,’ lacht oom Jan. ‘Tenminste, nou ja, ik kan morgen niet op je verjaardag komen. Dat is alles.’

‘Dat is alles? Maar dàt is toch te gek? Je zít hier of je kómt hier en nu zou je niet op mijn verjaardag kunnen komen?’

‘Op mijn erewoord, ik kan echt niet; ik moet schaken.’

Nu werd oom Jan een ogenblik bijna bang voor zijn eigen zus. Haar ogen begonnen te gloeien als een paar kooltjes vuur, ze zette haar handen in de zij en ze beet hem toe: ‘Scháken? Een spèlletje doen? En daarvoor zou je niet op de verjaardag van je enige, bloedeigen zuster kunnen komen? Onzin, je kòmt, en daarmee uit!’

‘Nou-nou,’ grijnsde oom Jan, ‘je ziet er anders op 't ogenblik niet uit als een vriendelijke gastvrouw... Maar om kort te gaan,’ en oom Jan trok een deftig gezicht, ‘ik moet morgenavond schaken in georganiseerd verband.’

‘O,’ zei Moeder.

‘Ja,’ begon oom Jan geduldig uit te leggen, ‘dat wil zeggen, dat we met tien man moeten schaken tegen een andere club, óók tien man sterk. Al die mensen hebben juist díe avond vrijgehouden en nu kan ik toch moeilijk spelbreker zijn, omdat mijn zusje toevallig...’

‘Toevàllig?!’

‘...omdat mijn zusje nu júist morgenavond verjaarsvisite houdt. Dan valt de hele boel in duigen en heeft de wedstrijd voor de anderen óók geen zin meer.’

‘Had je er dan niet voor kunnen zorgen, dat er een andere avond werd vastgesteld?’

Nu boog oom Jan beschaamd het hoofd.

‘Toen die avond werd afgesproken, beste zus, heb ik tot mijn schande niet aan die belangrijke gebeurtenis gedacht!’

‘'t Is wat moois,’ moppert Moeder nog na. ‘En moet dat nou de hele avond duren, zo'n spelletje?’

‘Dat scheelt niet veel,’ zegt oom Jan met zó'n in-triest gezicht, dat Moeder bijna in de lach schiet. ‘Máár... het begint pas om acht uur, en ik beloof je met de hand op het hart, dat ik vóór die tijd nog even langs kom en als je héél lief bent, krijg je misschien nog wat van me.’

Nu begint Moeder te lachen.

‘Voor déze keer krijg je toestemming om weg te blijven.’

prepostterug  begin  verder