Oom Jan leert zijn neefje schaken


auteur: Albert Loon en M. Euwe


bron: Albert Loon en M. Euwe, Oom Jan leert zijn neefje schaken. Van Goor Zonen, Den Haag Brussel z.j. [1968] (9de druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 122]

18. Achtste oefeningsavond

‘We worden almaar knapper,’ zegt Oom lachend, ‘en dat is maar goed, want wat we nu nog krijgen, is moeilijker dan alles wat we gehad hebben.

Nu gaan we eens kijken hoe het eindspel verloopt, als wit nog koning en zijn twee lopers heeft.’

‘Heeft hij altijd twee lopers nodig om te winnen?’ vraagt Vader.

‘Ja, met één loper of met één paard kan hij niets uitvoeren. Dan is de partij remise. Zelfs al had hij twee paarden, dan was de partij nog niet te winnen. Met twee lopers is het anders, dan kun je winnen in hoogstens achttien zetten. Met loper en paard kan je ook winnen, maar dat is in de regel heel lastig. We zullen ons alleen bezighouden met de matvoering door twee lopers.

Het begin is als bij de andere matvoeringen. Drijf de koning naar de rand, maar dan komt er als tweede bevel bij: drijf hem op een hoekveld.’

‘Daar zit werkelijk meer aan vast, dan bij de andere matvoeringen,’ merkt Vader op.

‘Nu, je gaat je schaaktermen al aardig onthouden,’ vindt Oom. ‘We beginnen, hoor!

Jan, zet de stukken op!

Witte koning op a1, loper op g4 en h4. Zwarte koning op f4.



illustratie




zwart









wit

Ziezo, wit begint.

[p. 123]

1. Lg4 - d1

De loper werd door de koning aangevallen en gaat zover mogelijk weg. De loper kan van grote afstand de zwarte koning wel aanvallen!

1. ......... Kf4 - e3

Zo'n olijkerd, hij heeft het op de loper gemunt, hoor!

2. Ka1 - b2 Ke3 - d2

Hoe vind je hem?

3. Ld1 - c2

De loper gaat niet verder dan nodig is.

3. ......... Kd2 - e3

Weg van de rand! Daar is het te gevaarlijk!

4. Kb2 - c3 Ke3 - f3



illustratie

[p. 124]

De koning gaat de wijde wereld in.

5. Kc3 - d4

Die witte koning snijdt met die kleine zetjes telkens een paar velden voor zijn vijand af!

5. ......... Kf3 - g4

Om zijn leven zo lang mogelijk te rekken, is hij zo lastig mogelijk.

Nu moet deze loper weer het veld voor hem ruimen!

6. Lh4 - e1

Zover mogelijk maar weg van die lastpak.

6. ......... Kg4 - f3

Wel ja!

7. Lc2 - d3

“Ho vriend, van mijn collega afblijven!” zegt loper d3.

7. ......... Kf3 - f4

Weg van de rand.

8. Ld3 - e4

“Daar pik ik veld f3 voor je neus weg,” zegt de loper.

8. ......... Kf4 - g5
9. Kd4 - e5  

Dat kost veld f6 en f4.

9. ......... Kg5 - g4
10. Le1 - f2 Kg4 - h5
11. Le4 - f5  

Dat kost zwart veld g4.

11. ......... Kh5 - h6

De goede richting, vriend. We naderen al aardig de hoek.

12. Ke5 - f6

Weer twee velden minder om te vluchten, g7 en g5.

[p. 125]

12. ......... Kh6 - h5

Dàt kun je nog doen!

13. Lf5 - e6

We moeten de zwarte koning niet al te erg vermoeien.

13. ......... Kh5 - h6

Zijn enige veld en op weg naar de hoek.

14. Le6 - g4

Wèg is veld h5.

14. ......... Kh6 - h7
15. Kf6 - f7  

Almaar minder vrijheid.

15. ......... Kh7 - h6

Dat kan óók nog!

16. Lf2 - e3†

Daar begint het lieve leven!

16. ......... Kh6 - h7
17. Lg4 - f5†  

Goed zo!

17. ......... Kh7 - h8

De koning staat, waar we hem hebben willen, op het hoekveld.

18. Le3 - d4 Schaak en mat!

Hoe vinden jullie zo'n eindspelletje?’ vraagt Oom.

‘Het is mooi, hoor!’ vindt Vader.

‘Maar niet zo gemakkelijk, Oom.’

‘Een paar keertjes proberen, dan went het wel.

En nu gaan we weer een gewoon partijtje spelen. Je vader en jij tegen mij alleen. Maar doe je best, hoor!’