290. Vrouw Sinterklaas.
Ik ken een' lieve, brave vrouw,
Die mooi vertellen kan.
Ik denk dat zij familie is
Van Jan en Alleman;
Want groot en kleen,
Ja, iedereen
Zegt ‘Tante’ als zij op straat
Zich even kijken laat.
Zij is al oud die Tante Trui.
Moe' zegt: ‘Ze is tachtig jaar!’
En daarom komt zij buitenshuis
Een enkel keertje maar.
Zij kijkt maar uit
Door hare ruit.
En met een' blijden lach
Knikt ze ons dan goeden dag.
Wij komen vaak bij haar in huis
En dan vertelt ze ons wat.
Met leêge handen staat ze ook nooit;
Nu geeft ze dit, dan dat.
[p. 280]
En hoe ze heet?
Of ik dat weet!
Ze heet Vrouw Sinterklaas,
Geboren Speculaas.