[p. 6]
8. Zij.
Zij is mijn' Moeder, mijn rijkdom, mijn al!
Nimmer gehoord
Heb ik het woord,
Dat haar naar waarde eenen naam geven zal.
Zij is mijn' Moeder, mijn' vreugde en mijn lust!
Daar is geen' steê
Waar meer in vreê,
Dan aan haar harte het kindeken rust.