22. Een tooverlied.
Klein zusje kan zeer lastig zijn
En schreeuwt dan van geweld,
En wie haar hoort, denkt zeker wel:
'T is erg met haar gesteld.
‘Toe, zing uw zusjen eens in slaap,’
Zegt Moeder dan tot mij,
Maar 't helpt niet; want mijn' zus zingt dan
De tweede stem er bij.
Die tweede stem klinkt o, zoo valsch,
Dat Moeder roept: ‘Och, zwijg,
Ge zult nog maken, dat ik ook
Een schrik van 't zingen krijg!’
Soms word ik wel eens boos en zeg:
‘Zus zingt zoo valsch; ik niet!’ -
‘Ja, ja,’ is Moeders antwoord vlug,
‘'T is weer het oude lied!’
Dan ga ik van de wieg, en zij
Zet zoetjes zich daar neer,
En zacht, heel zacht, zingt Moeder nu
Een liedjen zoet en teer.
[p. 19]
De woorden? Vraag mij niet zoo veel!
Ik hoor de woorden niet;
Maar zusje valt er bij in slaap.
'T is vast een tooverlied.