[p. 26]
29. Knappe oom Jan.
Weet ge wat Oom Jan
Al kan?
Hij kan mooie huisjes bouwen;
Allerhande dingen vouwen;
Van eenvoudig kaartenblad
Maakt hij soms een' heele stad.
Weet ge wat Oom Jan
Nog kan?
Hij kan zingen uit den treuren;
Vliegers plakken, prenten kleuren.
Van het kleinste stuk papier
Knipt hij dikwijls nog een dier.
Weet ge wat Oom Jan
Meer kan?
Hij kan mooie kaarten teek'nen,
Lezen, brieven schrijven, reek'nen.
Zoo maar in een ommezien
Maakt hij wel een som of tien.
Weet ge wat Oom Jan
Ook kan?
Hij kan spitten, planten, zaaien,
Onkruid wieden, koren maaien;
Hij is, ja, geloof dat maar,
Haast een duizend-kunstenaar!
[p. 27]
Weet ge wat Oom Jan
Niet kan?
Hij kan nooit voor luilak spelen;
Kind'ren kan hij niet vervelen.
O, als ik dien Oom niet had,
Jongenslief, dan miste ik wat!