45. Het liefste plekje.
Ik zit zoo graag op Vaders stoel!
Dat is zoo'n mooie, weet-je,
Dat Moe' voor stof en vuil hem dekt
Met een heel aardig kleedje.
Ik zit zoo graag ook in 't priëel
Te midden van het loover.
De zonnestraal dringt daar niet door,
Maar glijdt er altijd over.
Ik zit graag op de canapé
Zoo rustig in een hoekje,
Om daar te lezen stil en zoet
In 't mooiste prentenboekje.
Maar waar ik nog het liefste zit,
Waar ik niet denk aan lezen,
Maar aan wat anders? Wel, dat moet
Mijn Moeders schoot wel wezen.
Als ik daar zit, dan zegt zij wel:
‘Wat zijt ge toch een gekje!’ -
Ik geef Haar dan een kusje en zeg:
‘Dit is mijn liefste plekje.’