[p. 45]
48. Liever melk dan centen.
Tweemaal trekt men aan de schel:
Wie daar is, ik weet het wel.
Jaapjen is 't met versche melk,
Versche melk.
Goed voor elk.
o, Dat Jaapjen weet zoo goed
Waar hij zoo al wezen moet.
Hoor, de meid komt daar al aan
En de kan wordt volgedaan.
Jaapjen geeft een' goede maat.
Goede maat,
Kameraad!
Want de kinderen, meneer,
Willen graag een schepje meer!
Tip-tap, hoor, de kan gaat dicht.
Jaapjen trekt een blij gezicht.
Hij kreeg centen voor zijn' melk,
Voor zijn' melk
Best voor elk.
Goed, die ruil is mooi gedaan.
Centen drinken zou niet gaan!
Horre-hor! De kar rijdt heen.
Wij zijn allebei tevreen.
Wij zijn vroolijk; Jaapje is blij;
Jaapje is blij,
Net als wij.
Hij denkt: ‘centen, goed voor elk!’
Maar wij hebben liever melk.