terug  begin  verder

52. Gebroken.

 
Ik had een' keurig mooie
 
Een' keurig mooie pop,
 
Met fijne stoffen laarsjes,
 
En porseleinen kop.
 
 
 
Ze had een' rok met strooken,
 
Een hoedje met een veer,
 
Een zonnescherm en ketting,
 
En 'k weet niet wat al meer.
 
 
 
Maar 'k heb haar laten vallen,
 
Mijn' keurig mooie pop.
 
En wel in duizend stukjes
 
Was nu de poppekop.
[p. 51]
 
Wat zal ik nu beginnen?
 
Ik schrei mijne oogjes blind!
 
Ik heb mijn' pop gebroken,
 
En - nu - heb - ik - geen - kind!

terug  begin  verder