61. In de badkuip.
Dat 's een pretje! Dat 's een' vreugde!
Als wij in de badkuip gaan!
Zonde was 't van 't schoone goedje,
Trokken wij dat zoo maar aan.
Wasschen,
Plassen,
Stoeien,
Sproeien
In de badkuip, wat een pret!
En zoo lekker frisch naar bed,
Mensch, het is om dan te droomen,
Dat er nooit een eind kan komen
Aan het spart'len,
Aan het dart'len
In het bad,
Dat het nat
[p. 59]
Ons om neus en ooren spat!
Och, wat mooie droom is dat!
Ware 't weer maar Zaterdag,
Dat ik in de badkuip lag!