62. Moeder is moede.
Stil, Moeder doet een dutje!
De ziel is ook zoo moê.
Den heelen nacht deed broertje
Geen uur zijne oogjes toe.
Hij bleef maar droevig schreien,
Men zag zoo, hij had pijn;
Maar tegen 't kiesjes krijgen
Helpt ook geen medicijn.
Den heelen nacht was Moeder
Met broertjen in de weer.
En half ontkleed liep zij maar
De kamer op en neer.
Of Vader ook al zeide:
‘Och, Moeder leg den knaap
Maar in zijn wiegje neder;
Hij schreeuwt zich best in slaap!’
Het hielp niet; Moe' bleef tobben
Tot dat het morgenlicht
Door onze vensters gluurde.
Toen sloot broêr de oogen dicht.
[p. 60]
Moe' kon nu niet gaan slapen.
'T was tijd om op te staan,
En ze is maar op gebleven
En stil aan 't werk gegaan,
Nu rust en dut zij even.
Nietwaar, dat mag wel zijn?
Voor afgematte menschen
Is slapen medicijn.