68. Prentjes-kleuren.
Een' verfdoos kreeg ik van Oom Klaas
En prenten van Oom Piet.
Een verfpot gaf mij Tante Leen,
Penseelen Tante Griet.
Heb ik mijn huiswerk nu gedaan,
Dan kan ik aan het kleuren gaan;
Want vroeger mag ik niet.
[p. 68]
Mijn Vader zegt: het kleuren is
Al niet veel meer dan spel,
Nu, dat het geen studeeren is,
Ziet iedereen te wel.
Maar 'k leer het kleuren-mengen toch,
En deze kunst is immers nog
Bij schilders wel in tel?
Als ik zoo spreek lacht Vader eens
En zegt dan: ‘Kleine man,
‘Dat kleuren-mengen zegt niet veel,
Als men niet teek'nen kan.’
Zoo heeft hij altijd 't woord gereed,
Als ik een' zaak soms beter weet.
Hij weet alleen er van.
En stil eens, onder ons gezegd,
Ik houd het ook voor waar,
Al vind ik ook zijn' goeden raad
Soms naar mijn' zin wat raar.
En 'k meen zoo, 't is in mijn belang,
Te luist'ren naar dien wijzen dwang.
Die plicht is niet te zwaar.