72. Met het voorjaar.
Mijn sijsje zit daar in de kooi;
Het springt daar druk, het zingt er mooi;
Het is een heel lief diertje.
Soms vliegt het vrij de kamer rond;
Het pikt de zaadjes uit mijn' mond,
Want bang is 't beest geen ziertje.
Maar als men zoo gevangenman
Bij winterkoude wezen kan,
Is 't ook wel uit te houên;
Maar 'k zal toch, komt het voorjaar aan,
Het diertje in vrijheid laten gaan
Om buiten 't nest te bouwen.
Daar is dan overvloed van spijs,
En zooals ik, zal onze sijs
Het prettig vinden buiten.
Het voorjaar is wel lief en mooi,
Maar niet bekeken uit een' kooi,
Of door de vensterruiten.