[p. 86]
86. Des zondags.
Des Zondags is het prettig,
Zoo prettig, als 't maar kan,
We zijn dan met ons allen
Des avonds thuis, en dan
Gaat Vader aan 't vertellen,
Hij kan het o, zoo goed!
Veel mooier dan de meester
Bij ons op school het doet.
En wáárvan? Ja, dat weet ik
U niet te zeggen, man!
Maar wilt gij 't graag eens weten?
Wel, kom dan bij ons ân!
Ge vindt allicht een plaatsje!
En doet gij dat één' keer,
Ik wed, gij komt dan, vriendje,
Vast elken Zondag weer!