91. De lieve twee.
Mijn zusje kon niet slapen,
En Moe' hield heel den nacht
Terwijl al de and'ren sliepen
Bij zusje trouw de wacht.
Moe' zong maar uit den treuren
Het een na 't and're lied,
Maar ach, voor pijn in 't mondje
Helpt zelfs een liedje niet.
Zoo bleven beiden wakker;
De nacht is lang al heen.
'T is klaarlicht dag. Hield zusje
Nu op met schreien? Neen!
En afgemat zet Moeder
Zich op een' stoel terneer;
Zus steekt een' vuist in 't mondje
En - schreit een' poos niet meer.
[p. 93]
En pas gaat zusje zwijgen,
Of de oogjes vallen toe.
Nu zal ze een poosje slapen
Daar op den schoot van Moe'.
En Moe' zal nu wel zeggen;
Dat zusje - - Heden mijn!
'K geloof dat beî hare oogen
Ook dichtgevallen zijn!
Zoo waar, zij doet een dutje,
En knikkebolt ook mee!
Stil, ik ga buiten spelen!
Slaapt zacht maar, lieve Twee!