apocrief / de analphabetische naam


auteur: Lucebert


bron: Lucebert, ‘apocrief / de analphabetische naam’. In: Lucebert, verzamelde gedichten (redactie en samenstelling Victor Schiferli). De Bezige Bij, Amsterdam 2002, p. 13-79  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 20]

[anders anders bekend maar herkend toen]

 
anders anders bekend maar herkend toen,
 
zij mij lucebert noemde diotima mij.
 
mijn masker die, die geslagen met bliksemend licht,
 
nu reclame - betaald als gezichten der teutschen -
 
mij met smaad tot in wijsheid nog volgt;
 
dat het lot past een lach,
 
waanzinnig en weggedragen mijn hoofd
 
als een grimmige vrucht en vol van diotima was.
 
 
 
nu zwerf ik door naar het zuiden en vaak
 
verlicht in de druiven nar ik de roede,
 
de slagen der maan.
 
ik zing als een vogel, de oude, aan die alles bewezen:
 
de dichter verdrijft men met spot van de akkers der aarde.
 
 
 
zingende steeds, maar zinloos, wijl geen nest meer
 
en geen blijvend genoegen van node, want naakt,
 
want arm zijn is rijk in deze, de puilende tijd,
 
waar het markten gemis ons nog heftig betwist.