[p. 22]
ballade van de goede gang
een oud lied
weer vallen de zon en de seine
de nijl en de elbe voorbij
duisternis. de duisternis
vermaakt en vermorzelt mij
vermaak en vermorzel mij
zoals mij mijn namen
mijn maskers en graven zijn
ik ben goed voor de grond
ben ik goed voor de grond
ben ik goed voor de wijn
ben ik goed voor de wind
ah
laat mij donker en dronken zijn
donker en dronken zijn
soldatenjargon op de maat
van de dansende bah-bah-baal
jurgen jurgen ik ben een orgel
ik ben een keizerpijpje
en geef niet 7 maar sla 8
sla 8erover in de slaap
nu en in het uur van mijn dood
nu en in het uur van mijn dood
kun je me achterover lezen
een vlooienkeesje in de schoot
der gemeente-riolering
de gemeente-riolering!
god geef mij wat water
ik ga de vuile rivier
het levende leven zijn
zijnde het levende leven
leest jezus de urinoir
daar staat wat wens en waar
is menselijk beschreven
[p. 23]
en menselijk beschreven
en wenselijk is god
hij rijst uit de urine
welriekend embryo
welriekend urinedier
vermeng me met de vissen
vermeng me met de mensen
vermeng me met de maden
vermeng me met de maden
met de staten-generaal
mijn mond maakt ook de taal
van stamelen tot magistraal
magistraal vaart als een haai
mijn spraakorgaan over de oceaan
en aarde zijn kaken kraken
vermaken en vermalen mij
wij vermaken en vermalen mij
hoeveel calorieën waarde
ben ik gebaard en geboren
mij goed te horen braden
om u goed te horen braden
bak mij te middernacht
ik blaas dan taptoe toe
als een zalige heilsoldaat
als een zalige heilsoldaat
beer ik weer onder de grond
van u mijn uitgezongen mond
maar knijp mijzelf weer vrij
en ben de spijsvertering rond
zijn wij de spijsvertering rond
wij zijn der spijsvertering grond
creëren met een gulden mond
een artistieke morgenstond
maar niet als de stadsreiniging ons vond