[p. 27]
exodus
fragment
er naderen de vlammende bergen
en o wat een zee zijn de bergen
ik ben begonnen geduldig
te zijn tussen haastige vlammen
want het licht dat gezien is ontstoken
tussen uw steile borsten
een kudde streng kijkende pijlen
wijst met de traagheid van pijn
nu alles is weggegaan
mij de weg aan
een stad gedood door een stoomboot
laagvarend als sluipende ziekten
verlaten heb ik met goudgeschilderde lippen
en dit gedaan heeft ook ulrich
schoon achter krakende maskers
want gade geslagen
de blonde orgels der wolken op de horizon
dof ontploffen en een volk
van padden is in de ruimte
zwaar en vergiftigend en ook
en ook naast mij kronkelen
de slimme de bedachte lichamen
van de rechtvaardige geesten
maar de ongezegelden
alleen waar is
dat wat in glinsterende gebouwen de dichters
zingende makend hebben aangeraakt
hare en zijne allerheiligste majesteit
zij van cyprus en die vermeld werd op patmos
zijn in koele zwarte takketorens een gloeiende appel
nog gaan de argonauten gaande
(want waar zijn zij nog) aan hun blauwe
donkerende ruggen schommelt het onschuldige water
en verdwijnend zijn zij als van middernachtelijke
torens gestrooide snippers
duizelende polydaukes witte hylos
hoe zijn zij gezien?
een hangende zee boven de bloedende ossen
[p. 28]
ofwel de plots zwevende zilverorige honden
die wij daaglijks been en vlees gaven
op ons gebeente en vlees
dat was het laatste
wetende
onder gevaren vergaat het niet blijvende
maar wie jaagt en waarom gaan
aan de boom boven de baaierd
knapen-meisjesachtige bladeren verward opwaarts
als kneedde een hand haastig
de op donkre gronden drijvende oogappel of ook
als huilden de prachtige lippen
van het paardmens in de grassen
die van her volk dat
afgenomen de kracht van een oude god
en heeft met zwarte handen verdeeld
over gewas en waterwerken ent gebergte en de vol
tallig draaiende vlammen?
althans door veelkleurige kennis zijn zij
gelijk aan de nog slapende dingen
maar rijper
voor gewelddadige dromen open
dat het driestaartige voorhoofd
van een steeds groeiende storm niet zal rusten
zich zal roeren
aan hun hoornen ertsachtige of hun stenen borsten
waarna zij in hun cellen verzadigd
kwellen de aziatische reiziger
alsof deze een prijs gaf voor die nietige vernietiging:
het hoofd verlaten onder de gordel
want heeft hij niet vertolkt de zeer bedaarde ruimte
in een lied waarop de buik insliep
en droomde van de gevleugelde benen van hermes
die uit salamanders ontlook
dat geschiedde nog
toen voorkeurloos was en verwarmd het weten
door gedachten zichtbaar
tussen van hemel en aarde al de geslachten
[p. 29]
in een verziend dwingende hitte huisde
ulrich die dit vlammen niet uitvond
gelijk alle zwijgende sprekers
hij wist van dit dooreen der waar- en gewaarwordingen
in de elmerstrasse daar gloeide hij
kortademend tussen gordijnen
starend naar haar herfsthand
die een lentelichaam opstak
als waren haar jurk haar rok een oven
waarin aardewerken brandden
maar haar hals werd een blauwgewelfde vlinder
en haar heup een glazen koetspoort
daardoorheen rinkelend reden de moren
met de nog vochtige hauri-brieven van de frisse ochtend
die daarachter over rivieren aanschoof
met negen donkre trappen in de borst
omdat dit ook gaat opwaarts
met de elbe opwaarts
voorbij griebo griebo voor de bergen
en in de verlaten bedding zijwaarts
als rood verdorde snoeken
oud sachsische schepen arund
een sterke visser van drenkelingen
arund van ada ada de slanke
die de nacht jammerend op de rug wierp
in een slagschaduw dromend naar de oevers voer
over blauwgroen vallende slangen
met grote sneeuw in de keel
naar ulrich die met kermende wolken worstelde
tussen van de gewonde fonteinen
gespartel radeloos
omdat zij onder heerschappij verboden geheimschrift hadden ontcijferd
zijn volk
met snachts zonaangebonden kattenogen
het tweemaal driftige ei verbrijzelden
want dit bedrijf en bedrog zij branden niet
het laat geen licht zien gelijk de inspanning
van het vluchtige lichaam van de wereld
[p. 30]
dat een oordeel is een omarming:
zo draait de grote allessmekende storm zijn kronkelende vaas
boven een omzichtig voortstrompelend huis
waarom is uw mond
uw mond die macht maakte als een onzichtbare hand
schitterend als officieren zich wassend in de omvergeworpen dorpen
bij barbizone
daar was moed en onwetendheid
hier nu ingetogen zuchtende schommel
tussen japans vluchtige bloemen
en moest hij zo geluidloos gaan ulrich
ulrich vol verliefde vruchten
naar waar huivert en blaast de naakte koude
murphew. gevangen was murphew
ondankbaar en gevangen was murphew
terwijl de wijze man gelijk numa pompilius
die slechts met de nymphen regeerde
zijn mond opat en met vreugde uitdeed de ogen
de in jakkergehulde schilddieren
vanuit een gebiedend paspoort toegefluisterd
daar waar gezichten groeien boog murphew de zweep van zijn achterhoofd
gelijk ezau
maar die kwam met manvolk vanuit de aarde
als een bron van doornen op de voorgrond
doch alleen luid grommen kon murphew
rechtopstaand was hij de waterval
die weergalmt voor de zieke
de zeer weggeteerde nadir
o zingen
zingen op russische waters
en over as rijden met wonden
en mensen grijpen in de afgrond
die spreken kunnen van de afgrond
ook uitermate lenig treurende vingers vouwen
rond een van het nest vrolijke vrouwenarm
en straten en bruggen bouwen
over vruchtbaarheid en vernietiging
[p. 31]
kijk dit gebeurde murphew
achter zijn koestkalme deuren
eveneens hij is verdwenen
maar met een zak vol kinderzakdoeken
en stuiters en kersen en takjes zeemos
in samos is hij gezien
wassend kijkend naar het oosten
nog vroeg
overal plantte hij de wijnstok
dronk met zijn zonen zingend
als was de verminkte maan hun moeder
was de volwassen zon hun voedster
maar op bliksems dreven veel autoos
met krankzinnige lampen door de bergen
en de motoren ontbladerden
het groene jubelen van het voorjaar
daarom ging christus
een grot bewonen met de bokken en dan
geheimzinnig
ontstonden de vrouwen