[p. 39]
film
in de pupil zittende willoos van doelwit
een dier te zijn van zien
een stier van cinemafotografie die
doorpriemt de prairie met een linnen lieveling van licht
zo breekt door de welriekende stilstand
de spitse keel van de kans
ik rijs langs de trap van trallah
per expresse tot een trans
er bloeit boven elektrisch fluweel
ik verdoof mij daar voor het open voorhoofd
voor het voorhoofd van de beminde
de beminde die slaapt
de beminde die achter grendels grenzen
toevouwt en opbergt en barvoets
in de gedaante van stralen wegvliegt
van de aarde de vertraagde opname
van mijn schaduw afpoetst