[p. 40]
voorjaar
de dorre akker wordt gewassen
de appelschimmel glimt en hinnikt
op lopers licht en wind de weerhaan hurkt
kindren zingen in de klassen
soms de roeper roept de noemer
in het bosgras snorren steeds de krekels
savonds geeft de herder tekens
langs het venster met de bloemen
namiddernachts de spinner wok-wok
wordt in gesloten ogen wakker
warme vlekken adem vlakken
uit de kaarsenpit zun tric-trac
...
sochtends schokkend vlotten zon en wolken
ontwaakte bomen en vogels zuchten en bloeden
verwoed de woede koelt de woede
de mensen verwelken en smelten als toevallige vlokken