terug  begin  verder

[p. 54]

[nu na twee volle ogen vlammen]

 
nu na twee volle ogen vlammen
 
spreken dag en nacht de arme stenen
 
als een bitter mes kan snijden
 
goedmoedige zoetwaterhommen
 
en een tong papier met tekens
 
die een taal van woorden waren
 
waar de zwijgzaamheid zich prijsgaf
 
 
 
zachte liefde in haar kooien
 
rose crème als karbiezen
 
heeft harde trappen uitgedacht
 
en ik was daarbij
 
 
 
boven murmelden de vlammen
 
in klamme mantels
 
ik was bang en bang en brandend
 
gleden ogen naar beneden
 
twee van voren een van achter
 
keken mij strak aan
 
 
 
het was een paard
 
het werden dalen
 
het werden bergen
 
ik was daarbij
 
het waren sterren
 
de sterren spreken beter
 
maar laat mij nog praten
 
laat mij nog stamelen
 
 
 
niemand is gezonden
 
woorden te wegen en te bezien
 
men strompelt vrijwillig
 
van letter naar letter
 
roept oe en a
 
in de schaduw der schaamte
 
de lichamelijke taal
 
maakt licht ons en schande
 
gaat sprakeloos schuil
 
 
 
de welbespraakte slaap

terug  begin  verder