[p. 55]
[bed in mijn hand]
bed in mijn hand
bed in mijn oor
bed in mijn hersenen
met ogen
met ogen
en oren en vleugels
en oren vleugels zonder glimlach
zwart wordt wakker
ik word wakker
als een tandeloze mist lig ik
zinken vol licht
en open de radio en
men komt mij stemmen brengen
opdat ik staan zal en zeggen
er ligt licht in mij
ik ben bitter
maar ik ben wit
goed
goed men begeeft zich en 1 langzaam gaan licht en nacht hoog en
laag 2 men zingen hoort en trillen in met passen versnelde
kolommen steenworpen als wormen in de blauwe ademhalende
vlucht hoog en laag ja en neer en neer en nog eenmaal komt de
natuur ons ie wie wa zo hammen tegemoet drijf en draf palm
klem en ram dat het breken kan 3 1 kilo jammerpap kamschoon
nietwaar wel
goed
taal die in wormen spuwt
taal zonder maag
maar met kragen om
taal die jee en na naait
op levenslange wangen en lippen
ik ben een taal
die als water wegzwemt naar een tuil
lucht
men zei en
men heeft mij gemaakt en
men heeft gezegd:
[p. 56]
voor 3 doden krijg je een gezicht. Ik zei: nee een
onbeschilderd gezicht wil ik niet dat is mij te grijs.
Goed dan leggen we er een dubbeltje op. Er is nog groen
nog geel wat paars. Geen rood. Ik vroeg. Zeg wat denk je
wel, rood, rood ben je gek geworden. Ja, Antwoordde ik.
Dat hadden we wel gedacht. Er komt een leger.
Zo plotseling? Er komt een vleespret. Maak je niet druk
er komen er negen. Dan ben ik te laat. Voor wat.
Mr W. Pijn. Pardon DE Pijn W de pijn. Drank. Drof
dorsten we.
Piestoolsaacraankoosmen? Om ons te bevrij.
Den mens en het meisje waste het water opdat zij zwemmen zouden
waar het water was als een vloek of als eden voor de
trechter die ossegoed vloeiend rechtspreekt
aetherwende
het is nu precies 3 minuten over negen, wij verbinden u
met de frisse lucht, zij zal vanavond voor u zingen:
de dood is maar 2 maal alleen: muziek van mamma
woorden van pappa:
in de ogen ingekuild
loopt uit het licht
de ervaring een graf een grot
van vlees en bloed
omdat de mens altijd wenst
warm te zijn in zijn ijs
omdat ik zei
doordat het hoofd dood is
moordt men de buik
wie de buik moordt
wordt het hoofd geboren
het hoofd wordt geboren
als een vuistslag tussen maanvissen
hing schaamte de schemering uit
huilt het kind
gaat niet uit en
[p. 57]
ik en de wereld wij zijn koud licht
als geslachte stenen
alleen vliegt
en tussen de onzen
ongekust mijn dikke
de 26 jaar jonge dood
en gaat niet in