terug  begin  verder

[p. 58]

[ik ben met de man en de macht]

 
ik ben met de man en de macht
 
die een karkas hakken in de blinde muur
 
met de ogen dicht
 
 
 
ik ben in de wind
 
de wind die mij stukslaat
 
als bliksem pygmeeënstammen
 
in de zwarte wereld
 
omringd door mijn kille
 
ijswitte machine van gezichtsindrukken
 
 
 
ik ben door de kunst
 
klam voorhoofd in de lucht en
 
als een nerveuze zeester
 
er is kunst
 
 
 
ik tril
 
mijn omzichtige naaktopnamen
 
in de zomer zijn pagehaar
 
arm en bang
 
 
 
arm en angstig
 
sluipen de holle golven
 
die een schuwe schelp bergen en
 
dat is een oor
 
 
 
draven de bejaarde wolken
 
die nog nestharen dauwdroppels torsen en
 
dat is een oog
 
 
 
dit trilt
 
een lichaam vol lispelende wielen
 
op een slippende weg tussen trappen
 
dit trilt
 
 
 
dit is kunst
 
koud en dorstig te verdampen
 
te verstenen van honger en hitte
 
 
 
dat is een oog
 
dit is een oor
 
trilt en er is
 
kunst

terug  begin  verder