terug  begin  verder

[p. 73]

arp

 
tegen de polsslag van het steen
 
klopt de gedachte van de hand
 
ritselt de rokzoom van trottoirs
 
ademen rotsen over mij heen
 
staat de oxyde der zee
 
op de brandbreekbare ogen der aarde
 
 
 
dwars door mijn mond door
 
breekt het harde gat van gebaar
 
en mijn stem wenkt
 
stilte galoppeer maar
 
geen gewicht dat meer denkt
 
 
 
zo
 
ben ik tot over mijn oren verloofd met het licht
 
het licht koopt mij op
 
loopt op mijn tred mijn hals mijn haar
 
een mars van mens
 
de echte mens die wenst
 
 
 
stilte galoppeer maar
 
door de verstilde galoppade

terug  begin  verder