
Beschouwing der Wereld, door Jan Luiken.
J.L.
Te Amsteldam, by de Wede: P: Arentz, en K: vander Sys
Romeinen I: 20.
Want zyne onzienlyke dingen worden van de scheppinge der wereld aan, uit de schepselen verstaan en doorzien, beide zyne eeuwige kracht en Goddelykheid, op dat zy niet te verontschuldigen en zouden zyn.
2 Korinthen IV: 18.
Dewyle wy niet en aanmerken de dingen die men ziet, maar de dingen die men niet en ziet. Want de dingen die men ziet zyn tydelyk, maar de dingen die men niet en ziet zyn eeuwig.
Hebreen XII: 26, 27, 28.
Wiens stemme doe de aarde beweegde: maar nu heeft
hy verkondigd, zeggende, Noch eenmaal zal ik beweegen, niet alleen de aarde, maar ook den hemel.
En dit [woord,] noch eenmaal, wyst aan de veranderingen der beweeglyke dingen, als welke gemaakt waaren, op dat blyven zouden de dingen die niet beweeglyk en zyn.
Daarom alzo wy een onbeweeglyk Koningryk ontfangen, laat ons de genade [vast] houden, door dewelke wy welbehagelyk Gode mogen dienen, met eerbiedinge en Godvruchtigheid.
2 Petrus III: 7.
Maar de hemelen die nu zyn, en de aarde, zyn door het zelve woord als een schat wech gelegt, en worden ten vuure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verdervinge der Godlooze menschen.
En Vers 10, 11, 12, 13, 14.
Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorby gaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde, en de werken die daar in zyn, zullen verbranden.
Dewyle dan deze dingen alle vergaan, hoedaanige behoord gy te zyn in heiligen wandel en Godzaligheid:
Verwachtende en haastende tot de toekomste van den dag Gods, in welken de hemelen door vuur ontsteeken zynde zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten?
Maar wy verwachten, na zyne belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woond.
Daarom, geliefde, verwachtende deze dingen, benaarstigd u dat gy onbevlekt en onbestraffelyk van hem bevonden moogt worden in vrede.