terug  begin  verderprepost
[p. 1]origineel

Beschouwing der wereld.

[p. 2]origineel

De Zon.

Hoe veel schoonder den oorspronk.




illustratie


Hy bedekt zich met het licht, als met een kleed:
Psalm CIV: 2.

En dit is de verkondiging, die wy van hem gehoord hebben, en wy u verkondigen, dat God een Licht is, en gants geen duisternisse in hem en is.
1 Joan: I: 5.

[p. 3]origineel
Zoekt een gezicht, In't eeuwig licht.
 
DE Zon verwint de Duisternis,
 
En maakt met zyn doordringend geeven,
 
Dat deze Wereld woonbaar is
 
Voor 't wassend en verstandig leeven:
 
Wat moet den oorspronk heerlyk zyn,
 
Daar zulk een vonk uit is ontsprongen;
 
Die Goddelyke Zonneschyn,
 
Die eeuwig Lof zy toe gezongen.
 
In 't Licht staat alles openbaar,
 
Wat in het Duister bleef verborgen
 
Voor 't Oog, als of 't 'er niet en waar:
 
Wat heerlykheid ontdekt den Morgen!
 
Doch voor een Blinde die niet ziet,
 
Blyft al die heerlykheid besloten;
 
En 't is voor hem, als was 't 'er niet,
 
Schoon 't aan zyn zyde word genooten:
 
ô Mensch! is 't Tyd'lyk Licht zo goed,
 
Verheft uw zinnen in 't betrachten,
 
Hoe 't Licht, dat God is, weezen moet,
 
Te klaar voor oogen en gedachten.
 
Maar wie daar blind waar aan de ziel,
[p. 4]origineel
 
Die bleef zyn duisternis behouwen,
 
Schoon 't Eeuwig Licht al op hem viel,
 
Hy kost het echter niet aanschouwen,
 
Gelyk de Zon een oog vereist,
 
Zo eist het Licht van 't eeuwig leven
 
Het oog, dat uit de deugd verryst,
 
Om 't Leven Zaligheid te geeven.

Psalm LXXIV: 16.
De dag is uwe, ook is de nacht uwe: gy hebt het licht en de Zonne bereid.

Psalm LXXXIV: 12, 13.
Want God de HEERE is een Zonne ende Schild, de HEERE zal genade en eere geeven: hy en zal het goede niet onthouden, den geenen die in oprechtigheid wandelen.
HEERE der Heirschaaren, welgelukzalig is de mensche die op u vertrouwt.

Jezaias LX: 19.
De Zonne en zal u niet meer wezen tot een licht des daags, en tot eenen glans en zal u de Maane niet lichten: maar de HEERE zal u wezen tot een eeuwig licht, en uw God tot uwe cierlykheid.

[p. 5]origineel
Mattheus XIII: 43.
Dan zullen de rechtvaardige blinken, gelyk de Zonne in't Koningryk haars Vaders. Die ooren heeft om te hooren, die hoore.

Joannes I: 4, 5, 6, 7, 8, 9.
In het zelve was het leven, en het leven was het licht der menschen.
En het licht schynt in de duisternisse, en de duisternisse en heeft het zelve niet begreepen.
Daar was een mensche van God gezonden, wiens naame was Joannes.
Deze quam tot een getuigenisse, om van het licht te getuigen, op dat zy alle door hem gelooven zouden.
Hy en was het licht niet, maar [was gezonden] op dat hy van het licht getuigen zoude.
[Dit] was het waarachtige licht, 't welkverlicht een iegelyk mensche komende in de wereld.

1 Joan: I: 6, 7.
Indien wy zeggen dat wy gemeenschap met hem hebben, en wy in de duisternisse wandelen, zo liegen wy, ende en doen de waarheid niet.
Maar indien wy in het licht wandelen, gelyk hy in het licht is, zo hebben wy gemeenschap met malkanderen, en het bloed van Jezus Christus zyns Zoons, reinigt ons van alle zonden.

prepostterug  begin  verder