terug  begin  verderprepost
[p. 10]origineel

De Sterren.

Het werk pryst de Meester.




illustratie


De Hemelen vertellen Gods eere, en het Uitspansel verkondigt zyner handen werk.
Psalm XIX: 2.

Ik ben de wortel en het geslachte Davids, de blinkende Morgensterre.
Openb: XXII: 16.

[p. 11]origineel
Haar groot akkoort, Word nooit verstoort.
 
Als gy het Sterren-ryk aanschoud,
 
Zo steld aan uw gemoed te vooren,
 
De Meester, die dat heeft geboud,
 
En laat zyn grootheid u bekooren.
 
Die zo veel wond'ren steld ten toon,
 
In 't Voorhof dezer Uitgeboorten,
 
Heeft onbedenk'lyk hooger schoon,
 
Besloten, binnen zyne Poorten.
 
En gy, die gaaren wond'ren ziet.
 
Word van dien grooten Heer gebeden,
 
Tot Deelgenoot van dat geniet,
 
Om binnen zyn Paleis te treeden.
 
Men moet dan hier niet blyven staan,
 
Maar langs den weg van zyn Geboden,
 
Na 't Eeuwig Ryk der wond'ren gaan,
 
Daar 's Werelds wond'ren ons toe nooden.
 
Van 't welk de Heer des hemels zeid,
 
Wiens toezeg niemant zal ontzinken,
 
Dat in het Ryk der heer'lykheid,
 
De vroomen eeuwig zullen blinken,
 
Niet als een Ster, maar als de Zon:
[p. 12]origineel
 
Om zulk een hemels licht te weezen,
 
Was 't waard, dat ider Ziel begon,
 
Dan was zyn welstand nooit volpreezen.
 
ô Mensch! die 't wonder schoon bemind,
 
Wat is 'er schoonder, als Gods kind.

Job XXXVIII: 7.
Doe de Morgen-sterren t'zaamen vrolyk zongen, en alle de kinderen Gods juigden.

Psalm CXLVIII: 1, 2, 3, 4, 5.
Hallelu- Jah. Looft den HEERE uit de hemelen: Looft hem in de hoogste plaatsen.
Looft hem alle zyne Engelen: Looft hem alle zyne heirschaaren.
Looft hem Zonne ende Maane: Looft hem alle gy lichtende Sterren.
Looft hem gy hemelen der hemelen: en gy wateren die boven de hemelen zyt.
Datze de Naame des HEEREN looven: want als hy 't beval zo wierden zy geschapen.

Mattheus XXIV: 29.
En terstont na de verdrukkinge dier dagen, zal de Zonne verduistert werden, en de Maane en zal haar schynsel niet geeven, en de Sterren zullen van den hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen beweegt worden.

[p. 13]origineel
1 Korinth: XV: 41, 42, 43.
Een andere is de heerlykheid der Zonne, en een andere is de heerlykheid der Maane, en een andere is de heerlykheid der Sterren: want de [eene] sterre verschilt in heerlykheid van de [andere] sterre.
Alzo zal ook de opstandinge der dooden zyn. Het [lichaam] word gezaait in verderflykheid, het word opgewekt in onverderflykheid.
Het word gezaait in oneere, het word opgewekt in heerlykheid. Het word gezaait in zwakheid, het word opgewekt in kracht.

Hebreen I: 10, 11, 12.
En Gy HEERE, hebt in den beginne de aarde gegrondet, en de hemelen zyn werken uwer handen:
Dezelve zullen vergaan, maar gy blyft altyd: en zy zullen alle als een kleed verouden:
En als een dek-kleed zult gy ze in een rollen, en zy zullen verandert worden: maar gy zyt dezelve, en uwe jaaren en zullen niet ophouden.

2 Petrus I: 19.
En wy hebben het Propheetise Woord, dat zeer vast is; en gy doet wel, dat gy daar op acht hebt, als op een licht schynende in een duistere plaatse, tot dat de dag aanlichte, en de Morgensterre opga in uwe herten.

Openbaaring II: 28.
En ik zal hem de Morgen-sterre geeven.

prepostterug  begin  verder