Nochtans in wezen.

De wind blaast waar heenen hy wil, en gy hoord zyn geluid, maar gy en weet niet van waar hy komt, en waar hy heenen gaat: alzo is een iegelyk die uit den Geest gebooren is.
Joan: III: 8.
Genesis III: 8.
En zy hoorden de stemme des HEEREN Gods, wandelende in den hof, aan den wind des daags.
1 Koningen XIX: 11, 12.
En Hy zeide: Gaat uit, en staat op dezen berg, voor het aangezichte des HEEREN, en ziet, de HEERE ging voorby, en eenen grooten, en sterken wind scheurende de bergen, en breekende de steenrotzen voor den HEERE heenen; [Doch] de HEERE en was in den wind niet: en na dezen wind eene aardbevinge; de HEERE en was [ook] in de aardbevinge niet;
En na de aardbevinge, een vuur, de HEERE en was [ook] in het vuur niet: en na het vuur het suisen van een zachte stilte.
Job XXXVII: 9, 10.
Uit de binnen-kamer komt de wervel-wind, en van de verstrooijende [winden] de koude.
Door [zyn] geblaas geeft God de vorst; zo dat de breede wateren verstyft worden.
En Vers 21.
En nu en ziet men het licht niet, [als het] helder is in den Hemel, als de wind door gaat, en dien zuiverd.
En Kapittel XXXVIII: 24.
Waar is de weg, [daar] het licht verdeeld word; [en] de Oosten wind zich verstrooit op der aarde?
Psalm XVIII: 16.
En de diepe kolken der wateren werden gezien, en de gronden der wereld werden ontdekt, van u schelden, O HEERE, van het geblaas des winds uwer neuze.
Psalm CIV: 3.
Die op de vleugelen des winds wandeld.
Psalm CXXXV: 7.
Hy brengt den wind uit zyne Schatkameren voort.
Psalm CXLVII: 18.
Hy zend zyn woord, en doet ze smelten: hy doet zynen wind waajen, de wateren vloeijen heenen.
Lukas XI: 13.
Indien dan gy, die boos zyt, weet uwe kinderen goede gaaven te geeven, hoe veel te meer zal de hemelse Vader den heiligen geest geeven den geenen die hem bidden?