Hemelwaart.

O Zion, gy verkondig ster van goede boodschap, klimt op eenen hoogen berg: O Jeruzalem, gy verkondig ster van goede boodschap; heft uwe stemme op met macht, heft ze op, en vreest niet: zegt den steden Juda: Ziet [hier] is uwe God.
Jezaias XL: 9.
Psalm XXIV: 3, 4, 5, 6.
Wie zal klimmen op den Berg des HEEREN? En wie zal staan in de plaatse zyner heiligheid?
Die rein van handen, en zuiver van herten is, die zyne Ziele niet op en heft tot ydelheid, en die niet bedrieglyk en zweert.
Die zal den zegen ontfangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zyns beils.
Dat is 't geslachte der geener die na hem vraagen, die u aangezichte zoeken, [dat] is: Jakob, Sela!
Jezaias XXXV: 8, 9, 10.
En aldaar zal eene verhevene baane, en een weg zyn, welke de heilige weg zal genaamt worden: De onreine en zal daar niet doorgaan, maar hy zal voor deze zyn: die [dezen] weg wandelt, zelfs de dwaazen en zullen niet dwaalen.
Daar en zal geen Leeuw zyn, nochte geen verscheurende gedierte en zal daar op komen, noch aldaar gevonden worden, maar de verloste zullen [daar op] wandelen.
En de vry gekochte des HEEREN zullen weder keeren, en [tot] Zion komen met gejuig, en eeuwige blydschap zal op haar hoofd wezen: vrolykheid en blydschap zullen zy verkrygen, maar droeffenisse en zuchtinge zullen weg vlieden.
Hebreen XII: 22.
Maar gy zyt gekomen tot den Berg Zion, en de Stad des levendigen Gods, tot het hemelse Jeruzalem, en veele duizenden der Engelen.