terug  begin  verderprepost
[p. 62]origineel

De Heuvel.

Om niet te dwaalen.




illustratie


Hy zal sterven, om dat hy zonder tucht geweest is; en in de grootheid zyner dwaasheid zal hy verdwaalen.
Spreuken V: 23.

Daar is een weg, die iemant goed schynd: maar 't laatste van dien, zyn wegen des doods.
Kap: XVI: 25.

[p. 63]origineel
Men wandel met voorzichtigheid,
Zyns levens weg door dezen tyd.
 
Is eener 't spoor der wegen mis,
 
Den heuvel, uit de grond verheve,
 
Laat hem eens uitzien, waar hy is,
 
Op dat hy 't oog een rechtsnoer geeve.
 
Verdwaalde door het woeste veld,
 
Van 's werelds heide en wildernissen,
 
Wiens gang elendig is gesteld,
 
Door langen tyd het spoor te missen:
 
Klimt op de hoogte van 't gemoed,
 
Den heuvel van bedachtzaamheden,
 
Op dat zich voor u open doet
 
Hoe ver uw voet heeft mis getreeden
 
Hoe breed en wyd gy zyt verdwaald,
 
Van 't perk daar gy hoord uit te komen,
 
Hoe gy hebt om en om gemaald,
 
Door kreupel bos, en woeste boomen.
 
Hoe uwen weg hoe langs hoe meer,
 
U van de plaats der rust zouw leiden,
 
En brengen eind'ling ook zo veer,
[p. 64]origineel
 
Zo ver, zo ver, op dorre heiden,
 
Dat u, in 't laatste overzien,
 
De kans van noch eens t'huis te komen
 
Door twyfelmoedigheid, misschien,
 
Ontwrongen wierd, en afgenomen.
 
Daar u de naarheid van de nacht
 
Op 't woeste veld quam overvallen,
 
Daar acht'loosheid u had gebracht,
 
Tot in het dal der jammerdallen.
 
Ja, ook zo ver, zo ver, zo veer,
 
Dat gy 't nooit weder quaamt vertellen,
 
Vervallen buiten weder-keer,
 
Tot in den afgrond van der hellen.
 
Treed dan dees heuvel niet voorby,
 
De hoogte, van beraaden zinnen,
 
Op dat men speur waar datmen zy,
 
Om 't spoor tot eeuwig heil te winnen.

Job XV: 7.
Zyt gy de eerste een mensche gebooren? of zyt gy voor de heuvelen voortgebracht?

Psalm CXIX: 176.
Ik hebbe gedwaald als een verlooren Schaap: zoekt uwen knecht, want uwe geboden en hebbe ik niet vergeeten.

[p. 65]origineel
Spreuken VIII: 25.
Al eer de bergen ingevestigt waren: voer de heu valen was ik gebooren. [Zo zegt de Wysheid.]

Hoogelied II: 8.
[Dat is] de stemme mynes Liefsten, ziet hem, hy komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen.

Jezaias II: 2, 3.
En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg des huizes des HEEREN zal vaste gestelt zyn op den top der bergen, en dat hy zal verheven worden boven de heuvelen, en tot den zelven zullen alle Heidenen toe vloeijen.
En veele Volken zullen heenen gaan, en zeggen, komt laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot den huize des Gods Jakobs, op dat hy ons leere van zyne wegen, en dat wy wandelen in zyne paden: Want uit Zion zal de Wet uitgaan, en des HEEREN Woord uit Jeruzalem.

prepostterug  begin  verder