Men hoopt op beter.

Maar wy verwachten, na zyne belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woond. Daarom, geliefde, verwachtende deze dingen, benaarstigd u dat gy onbevlekt en onbestraffelyk van hem bevonden moogt worden in vrede.
2 Petrus III: 13, 14.
Psalm CVII: 4, 5 , 6.
Die in de woestyne dwaalden, in eenen weg der wildernisse: die geene stad ter wooninge en vonden.
Zy waaren hongerig, ook dorstig, haare ziele was in hen overstelpt.
Doch roepende tot den HEERE in de benaauwtheid die zy hadden, heeft hy ze gered uit haare angsten.
Jezaias XL: 3, 4, 5.
Een stemme des roependen in de woestyne: Bereidet den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernisse eene baane voor onzen God.
Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernedert worden: en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een valeye gemaakt worden.
En de heerlykheid des HEEREN zal geopenbaart worden: en alle vlees te gelyk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft.
Jeremias XVII: 5, 6.
Zo zeid de HEERE; vervloekt is de Man, die op eenen mensche vertrouwt, en vlees [tot] zynen arm steld, en wiens herte van den HEERE afwykt.
Want hy zal zyn als de Heide in de wildernisse, die 't niet en gevoeld wanneer het goede komt: maar blyft [in] dorre plaatsen in de woestyne, [in] zouten en onbewoonden lande.
En Kapittel XLVIII: 6.
Vluchtet, reddet u lieder ziele: en wordet als de Heide in de Woestyne.
Maleachi III: 1.
Ziet, ik zende mynen Engel, die voor myn aangezichte den weg bereiden zal: en snellyk zal tot zynen Tempel komen, die Heere dien gy lieden zoekt, te weten, de Engel des Verbonds, aan den welken gy lust hebt; ziet hy komt, zeide de HEERE der heirschaaren.