terug  begin  verderprepost
[p. 74]origineel

De Heide.

Men hoopt op beter.




illustratie


Maar wy verwachten, na zyne belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woond. Daarom, geliefde, verwachtende deze dingen, benaarstigd u dat gy onbevlekt en onbestraffelyk van hem bevonden moogt worden in vrede.
2 Petrus III: 13, 14.

[p. 75]origineel
Aan geene zy der Heide,
Daar is een vette weide.
 
Al weet de Heide niet van voedzaam brood te draagen,
 
Zy geeft noch evenwel den bezem om te vaagen.
 
Terwyl het Bytje daar ook noch zyn voordeel vind,
 
En zoeten honich raad, in zyne schuuren wind.
 
O schraale landstreek van dit tegenwoordig leeven,
 
Die voor de honger des Gemoeds geen brood kund geeven,
 
Onvruchtbaar aardryk, dat verdorven wereld hiet,
 
Een dorre Hey, voor 't oog dat op wat beters ziet:
 
Gy draagd den Bezem noch, om 't Zielen-huis te keeren,
 
Van zyn onreinigheid, tot een verblyf des Heeren.
 
En leverd noch veel zoets, dewyl aandachtigheid,
 
Op vleugels van Geloof en Hoop, in honich weid,
 
Om d'eeuw'ge voorraad in des herten schuur te winnen:
 
Dat zyn u vruchten, voor het zalig God beminnen;
 
Terwyl men deze grond, der Tyd'lykheid begaat,
 
Tot dat het leeven die voorby is, en verlaat.
 
Om in het groeizaam dal der Zaligheid te leeven,
 
Op vetter aardryk, dat volkomen vrucht zal geeven.
[p. 76]origineel
 
Daar 't Schaapje Christi stil en vredig nederleid,
 
En door warande van gewenste dingen weid.
 
ô Schoone landstreek, die niet vierd van Heil te draagen,
 
Gy zyt het voorwerp, van ons hert en welbehaagen.
 
U zaal'ge ingang lacht ons zoet en vriend'lyk aan,
 
Terwyl wy langs de Hey, van deze wereld gaan.

Psalm CVII: 4, 5 , 6.
Die in de woestyne dwaalden, in eenen weg der wildernisse: die geene stad ter wooninge en vonden.
Zy waaren hongerig, ook dorstig, haare ziele was in hen overstelpt.
Doch roepende tot den HEERE in de benaauwtheid die zy hadden, heeft hy ze gered uit haare angsten.

Jezaias XL: 3, 4, 5.
Een stemme des roependen in de woestyne: Bereidet den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernisse eene baane voor onzen God.
Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernedert worden: en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een valeye gemaakt worden.
En de heerlykheid des HEEREN zal geopenbaart worden: en alle vlees te gelyk zal zien, dat [het] de mond des HEEREN gesproken heeft.

[p. 77]origineel
Jeremias XVII: 5, 6.
Zo zeid de HEERE; vervloekt is de Man, die op eenen mensche vertrouwt, en vlees [tot] zynen arm steld, en wiens herte van den HEERE afwykt.
Want hy zal zyn als de Heide in de wildernisse, die 't niet en gevoeld wanneer het goede komt: maar blyft [in] dorre plaatsen in de woestyne, [in] zouten en onbewoonden lande.

En Kapittel XLVIII: 6.
Vluchtet, reddet u lieder ziele: en wordet als de Heide in de Woestyne.

Maleachi III: 1.
Ziet, ik zende mynen Engel, die voor myn aangezichte den weg bereiden zal: en snellyk zal tot zynen Tempel komen, die Heere dien gy lieden zoekt, te weten, de Engel des Verbonds, aan den welken gy lust hebt; ziet hy komt, zeide de HEERE der heirschaaren.

prepostterug  begin  verder