't Kan worden, daar 't niet na lykt.

Verheft haar de bieze zonder slyk? groeid het riet-gras zonder water?
Job VIII: 11.
Het gekrookte riet en zal hy niet verbreeken, en de rookende vlas-wieke, die en zal hy niet uitblussen, met waarheid zal zy het recht voort brengen.
Jezaias XLII: 3.
Psalm LVII: 2.
Zyt my genadig, ô God, zyt my genadig; want myne ziele betrouwt op u, en ik neeme myn toevlucht onder de schaduwe uwer vleugelen: tot dat de verdervingen zullen voorby zyn gegaan.
Psalm CXXI: 5, 6, 7.
De HEERE is uw bewaarder, de HEERE is uwe schaduwe, aan uwe rechterhand.
De Zonne en zal u des daags niet steeken, noch de Maane des nachts.
De HEERE zal u bewaaren van alle quaad: uwe ziele zal hy bewaaren.
Jezaias IV: 6.
En daar zal een hutte zyn tot eene schaduwe des daags tegen de hitte, en tot een toevlucht, en tot eene verberginge tegen den vloed en tegen den regen.
En Kapittel XXXV: 7.
In de wooninge der Draaken, daar zy gelegen hebben, zal gras met riet en biezen zyn.