terug  begin  verderprepost
[p. 102]origineel

De Akker.

Ter rechter plaats.




illustratie


Want het zaad zal voorspoedig zyn, de wynstok zal zyne vrucht geeven, en de aarde zal haar inkomen geeven, en de hemelen zullen haaren dauw geeven, en ik zal het overblyfzel dezes volks dit alles doen erven.
Zacharias VIII: 12.

[p. 103]origineel
Ziet dat gy recht besteed,
Uw Arbeid en uw zweet.
 
Wy hebben door het Heilig Woord,
 
Van tweederleije grond gehoord;
 
Een grond van zaaijen en van maaijen:
 
Den eenen, die des vleeses is,
 
Draagt vruchten der verderffenis;
 
Daar laat zich d'ydelheid meê paaijen.
 
Maar d'and'ren Akker is den Geest,
 
Die altyd heilzaam is geweest,
 
Om zyn bewerker loon te geeven.
 
Wie hem beploegd heeft, en bezaaid,
 
Haalt ryken Oogst, terwyl hy maaid,
 
De vruchten van het eeuwig leven.
 
ô Mensch! die 't aardse zo beploegd,
 
En u aan 't minste deel genoegd,
 
Laat u door wyzen raad gezeggen;
 
Gy werkt om spyze die vergaat,
 
En d'Akker van zo hoogen graad,
 
Laat gy onachtzaam ledig leggen.
 
Zo word verzuimd het honderd voud,
 
Terwyl men stroo en kaf behoud,
[p. 104]origineel
 
Dat geenen honger kan verzaaden;
 
Een mager voedsel voor het dier,
 
Of tot een spyze van het vier,
 
Zo boud men tot zyn groote schaaden.
 
Dat dan in zulk een arbeid zweet,
 
Den geenen die niet beter weet,
 
Maar die het beste is aangewezen,
 
Daar 't licht des Evangeliums woond,
 
Dat alle dingen klaar vertoond,
 
Werd immers in zyn doen mispreezen,
 
Indien hy 't beste niet verkiest,
 
En 't meesten om het minst verliest.

Psalm LXXII: 16.
Is'er een hand vol koorn in het land op de hoogte der bergen; de vrucht daar van zal ruisen als de Libanon: en die van de stad zullen bloeijen als het kruid der aarde.

Psalm CVII: 37, 38.
En bezaaijen akkers, en planten wyngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.
En hy zegend ze, zo dat ze zeer vermenigvuldigen, en haar vee en verminderd hy niet.

[p. 105]origineel
Spreuken XXIV: 27.
Beschikt u werk daar buiten, en bereid het voor u op den akker, en bouwd daar na u huis.

En Kapittel XXXI: 16.
Zy denkt om eenen akker, en krygt hem: van de vrucht haarer handen plant zy eenen wyngaard.

Jezaias XXX: 23.
Dan zal hy uwen zaade, daar mede gy het land bezaaid hebt, regen geeven, en brood van des lands inkomen, en dat zelve zal vet en smoutig zyn: U vee zal te dien dage in een wyde lansdouwe weiden.

En Kapittel XXXIII: 11, 12.
Gy lieden gaat met stroo zwanger, gy zult stoppelen baaren, uwen geest zal u [als] vuur verslinden.
En de volkeren zullen zyn [als] de verbrandinge des kalks: [als] afgehouwene doornen zullen zy met den vuure verbrand worden.

prepostterug  begin  verder