terug  begin  verderprepost
[p. 110]origineel

De Boomen.

De daaden moeten spreeken.




illustratie


Aan baare vruchten zult gy ze kennen: Leest men ok een druive van doornen, of vygen van distelen?
Mattheus VII: 16.

Een ieder boom die geen goede vrucht voort en brengd, word uitgehouwen, en in 't vuur geworpen.
vers 19.

[p. 111]origineel
Draagd hy, Zo haagd hy.
 
Zo als den wortel is geaard,
 
Zo is de vrucht die 't boompje baard,
 
Of iemant wilden aard wou pryzen,
 
En hert'lyk zeggen dat het waar
 
Een Peereboom, of Appelaar,
 
De vruchten moesten dat bewyzen.
 
Nochtans heeft 's Werelds wildernis,
 
De naam dat zy een boomgaard is,
 
Elk Wildaard hiet een goede Christen
 
Als is 't schoon dat het niet en blykt
 
En na geen vruchtbaarheid en lykt:
 
Maar waarheid zal haar dit betwisten;
 
Indien de wortel van 't gemoed,
 
Geloovig is in 't eeuwig goed,
 
De vruchten zullen vroomheid wezen;
 
Een Christ'lyk leeven, dat zich scheid,
 
Van 's werelds doen en ydelheid,
 
Zo word den boom met recht geprezen.
 
Wie dan zyn Braame of doorne-boom,
 
Beneveld door een vreemde droom,
[p. 112]origineel
 
Voor aard van druif of vygen achten,
 
Gelyk de vruchtelooze Ziel,
 
Die zich voor rechtgeloovig hiel,
 
Was 't wonder dat men schimpig lachten?

Psalm I: 1, 2, 3.
Welgelukzalig is de man, die niet en wandeld in den raad der godloozen, noch staat op den weg der zondaaren, noch zit in 't gestoelte der spotteren.
Maar zyn lust is in des HEEREN Wet, en hy overdenkt zyne Wet dag en nacht.
Want hy zal zyn als een boom, geplant aan water-beeken, die zyne vrucht geeft in zynen tyd, en welkers blad niet af en valt, en al wat hy doet, zal wel gelukken.

Psalm XCII: 13, 14.
De rechtvaardige zal groeijen als een Palmboom: hy zal wassen als een cederboom op Libanon.
Die in 't Huis des HEEREN geplant zyn, dien zal gegeeven worden te groeijen in de Voorboven onzes Gods.

Psalm CIV: 16.
De boomen des HEEREN worden verzadigd, de ceder-boomen van Libanon, die hy geplant heeft.

Spreuken XI: 30.
De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens: en wie zielen vangt, is wys.

[p. 113]origineel
Mattheus VII: 17, 18, 19, 20.
Alzo een ieder goede boom, brengt voort goede vruchten, en een quaade boom brengt voort quaade vruchten.
Een goede boom en kan geen quaade vruchten voort brengen: noch een quaade boom goede vruchten voort brengen.
Een ieder boom die geen goede vrucht voort en brengd, word uitgehouwen, en in 't vuur geworpen.
Zo zult gy dan dezelve aan haare vruchten kennen.

Lukas XIII; 6, 7, 8, 9.
En hy zeide deze gelykenisse: Een zeker [man] hadde eenen Vygeboom, geplant in zynen wyngaard; en hy quam en zocht vrucht daar op, ende en vondze niet.
En hy zeide tot den wyngaardenier: Ziet ik kome nu drie jaaren, zoekende vrucht op dezen vygeboom, ende en vind ze niet: houwd hem uit: waar toe beslaat hy onnuttelyk de aarde?
En hy antwoordende, zeide tot hem: Heere laat hem ook [noch] dit jaar, tot dat ik om hem gegraaven, en mest gelegd zal hebben:
En indien hy vrucht zal voort brengen, [laat hem staan]: maar indien niet, zo zult gy hem namaals uithouwen.

prepostterug  begin  verder