terug  begin  verderprepost
[p. 114]origineel

De Kruiden.

Niet al wat voor komt.




illustratie


Als het gras zich openbaard, en de grasscheuten gezien worden, laat de kruiden der bergen verzameld worden.
Spreuken XXVII: 25.

Want de aarde brengd van zelfs vrucht voort: eerst het kruid, daar na de aire, daar na het volle koorn in de aire.
Markus IV: 28.

[p. 115]origineel
Ziet wel toe, Wat, of hoe.
 
Het heelzaam kruidje word gezocht,
 
En tot geneezing t'huis gebrogt,
 
Ten opzicht van 't gekrenkte leeven;
 
Maar wat onnut of giftig zy,
 
Daar gaat men over of voorby,
 
Wyl 't tot de heeling niet kan geeven.
 
Hoe is het dan zo vreemd gesteld,
 
In 's Werelds ruime kruiden veld,
 
Daar zo veel wyze hoofden weiden,
 
En leezen nochtans snood fenyn,
 
In plaats van eed'le Medicyn,
 
Dat zy tot haar verderf bereiden?
 
Wat heilzaam kruid is, voor 't gemoed
 
Dat word vertreeden met de voet,
 
Terwyl het snood verderf der Zielen,
 
Geplukt door d'uitgestrekte hand,
 
Vergaard word, tot een volle mand,
 
Wyl d'oogen op 't aanzien'lyk vielen.
 
Hoewel den grooten Medicyn,
 
In zyne Wysheid ryk en rein,
[p. 116]origineel
 
Het kruid dat elk heeft uit te leezen
 
Van 't geen in 't veld des levens staat,
 
Tot onderscheid van Goed en Quaad,
 
Heeft met den vinger aangeweezen.

Genesis I: 11, 12.
En God zeide: Dat de Aarde uitschiete gras-scheutkens, kruid zaad zaaijende, vruchtbaar geboomte, draagende vrucht na zynen aard, welkers zaad daar in zy op der Aarde: en het was alzo.
En de Aarde bracht voort gras-scheutkens, kruid zaad zaayende na zynen aard, en vrucht draagende geboomte, welkers zaad daar in was, na zynen aard: en God zag dat het goed was.

En Vers 29, 30.
En God zeide: Ziet, ik hebbe u lieden al het zaad zaayende kruid gegeeven, dat op de gantse Aarde is, en alle geboomte in 't welke zaad zaayende boom-vrucht is: het zy u tot spyze.
Maar allen gedierte der aarde, en alle gevogelte des hemels, en alle kruipende gedierte op der aarde, daar een levendige ziele in is, [hebb' ik] al 't groen kruid tot spyze [gegeeven:] en het was alzo.

En Kapittel III: 18.
Ook zal het u doornen en distelen voort brengen: en gy zult het kruid des velds eeten:

[p. 117]origineel
Psalm XCII: 8.
Dat de godlooze groeijen als kruid, en alle de werkers der ongerechtigheid bloeijen, op datze tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

Psalm CIV: 14.
Hy doet het gras uitspruiten voor de beesten, en 't kruid tot dienst des menschen, doende het brood uit de aarde voort komen.

Jezaias XXVI: 19.
Uwe dooden zullen leeven, [ook] myn dood lichhaam, zy zullen opstaan: waakt op, en juicht, gy die in den stof woond, want uwe dauw zal zyn, [als] een dauw der moes-kruiden, en het land zal de overledene uitwerpen.

En Kapittel LXI: 11.
Want gelyk de aarde haare spruite voort brenga, en gelyk een Hof het geene in hem gezaaid is, doet uitspruiten: alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten, voor alle de volkeren.

Zacharias X: 1.
Begeerd van den HEERE regen, ten tyde des spaaden regens, de HEERE maakt de weer-lichten: en hy zal haar regens genoeg geeven voor ieder kruid op den velde.

prepostterug  begin  verder