terug  begin  verderprepost
[p. 118]origineel

De Bloemen.

Daar schuilt noch meer.




illustratie


Aanmerkt de Lelien, hoe zy wassen. Zy en arbeiden niet, noch en spinnen niet: En ik zegge u, ook Salomon in alle zyne heerlykheid, en is niet bekleed geweest als een van deze.
Lukas XII: 27.

[p. 119]origineel
Die 't Bloempje ruikt en ziet,
Vergeet de Maaker niet.
 
De Bloempjes maaken een akkoord,
 
Van Lof-gezangen zonder woord,
 
Terwyl zy ons op weg ontmoeten;
 
Als Booden, uit het Zalig Hof,
 
Van 't Paradys, vol prys en lof,
 
Betreeden, van de zaal'ge voeten.
 
Indien zich, door de vloek der aard,
 
Noch zulk een schoonheid openbaard,
 
Wy laaten u dan overdenken,
 
Wat dat de Heil'ge grond beloofd,
 
Tot een sieraad, om 't zalig hoofd,
 
Daar deze dingen ons toe wenken!
 
Maar d'Aardfe Bloem, hoe schoon hy zy,
 
Verwelkt, vervalt, en gaat voorby;
 
Zo ook de fleur van 't werelds leeven,
 
Gekleurd, met veel behaag'lykheid,
 
Van weelde, en lusten dezer Tyd,
 
Wie ziet, eerlang, waar 't is gebleeven?
 
Die dan van't Bloempje, schoon in 't oog,
[p. 120]origineel
 
Een tweederleije voedfel zoog,
 
Eerst; dat zy hem tot hooger wyzen,
 
En wederom, d'onwaardigheid
 
Van alle schoonheid dezer Tyd,
 
Dat was de wyze Ziel te pryzen.

Job XIV: 2.
Hy komt voort, als eene bloeme, en word afgesneeden: ook vlucht hy, als eene schaduwe, ende en bestaat niet.

Psalm CIII: 15, 16.
De dagen des menschen, zyn als het gras: gelyk een bloeme des velds, alzo bloeid hy.
Als de wind daar over gegaan is, zo en is zy niet [meer], en haare plaatse en kend ze niet meer.

Spreuken XIV: 11.
Het huis der godlooze zal verdelgd worden: maar de tente der oprechten zal bloeijen.

Jezaias XXXV: 1, 2.
De woestyne en de dorre plaatsen zullen hier over vrolyk zyn: en de wildernisse zal zich verheugen, en zal bloeijen als een rooze.
Zy zal lustig bloeijen, en zich verheugen, ja [met] verheuginge, en juichen: de heerlykheid van Libanon
[p. 121]origineel
is haar gegeeven, de sieraad van Karmel, en Saron: zy zullen zien de heerlykheid des HEEREN, den sieraad onzes Gods.

En Kapittel XL: 6, 7, 8.
Een stemme zeid: Roept, en hy zeid: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en alle zyne goedertierenheid als een bloeme des velds.
Het gras verdord, de bloeme valt af: als de Geest des HEEREN daar in blaast: voorwaar het volk is gras.
Het gras verdord, de bloeme valt af: maar het woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.

Jakobus I: 10, 11.
En de ryke in zyne vernederinge: want hy zal als een bloeme des gras voorby gaan.
Want de Zonne is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dorre gemaakt, en zyn bloeme is afgevallen, en de schoone gedaante haares aanschyns is vergaan: alzo zal ook de ryke in zyne wegen verwelkeren.

1 Petrus I: 24.
Want alle vlees is als gras, en alle heerlykheid des menschen is als een bloeme des gras. Het gras is verdorret, en zyn bloeme is afgevallen.

prepostterug  begin  verder