Daar schuilt noch meer.

Aanmerkt de Lelien, hoe zy wassen. Zy en arbeiden niet, noch en spinnen niet: En ik zegge u, ook Salomon in alle zyne heerlykheid, en is niet bekleed geweest als een van deze.
Lukas XII: 27.
Job XIV: 2.
Hy komt voort, als eene bloeme, en word afgesneeden: ook vlucht hy, als eene schaduwe, ende en bestaat niet.
Psalm CIII: 15, 16.
De dagen des menschen, zyn als het gras: gelyk een bloeme des velds, alzo bloeid hy.
Als de wind daar over gegaan is, zo en is zy niet [meer], en haare plaatse en kend ze niet meer.
Spreuken XIV: 11.
Het huis der godlooze zal verdelgd worden: maar de tente der oprechten zal bloeijen.
Jezaias XXXV: 1, 2.
De woestyne en de dorre plaatsen zullen hier over vrolyk zyn: en de wildernisse zal zich verheugen, en zal bloeijen als een rooze.
Zy zal lustig bloeijen, en zich verheugen, ja [met] verheuginge, en juichen: de heerlykheid van Libanon
is haar gegeeven, de sieraad van Karmel, en Saron: zy zullen zien de heerlykheid des HEEREN, den sieraad onzes Gods.
En Kapittel XL: 6, 7, 8.
Een stemme zeid: Roept, en hy zeid: Wat zal ik roepen? Alle vlees is gras, en alle zyne goedertierenheid als een bloeme des velds.
Het gras verdord, de bloeme valt af: als de Geest des HEEREN daar in blaast: voorwaar het volk is gras.
Het gras verdord, de bloeme valt af: maar het woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.
Jakobus I: 10, 11.
En de ryke in zyne vernederinge: want hy zal als een bloeme des gras voorby gaan.
Want de Zonne is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dorre gemaakt, en zyn bloeme is afgevallen, en de schoone gedaante haares aanschyns is vergaan: alzo zal ook de ryke in zyne wegen verwelkeren.
1 Petrus I: 24.
Want alle vlees is als gras, en alle heerlykheid des menschen is als een bloeme des gras. Het gras is verdorret, en zyn bloeme is afgevallen.